Foto:
Sathya Sai Baba met Zijn grootvader
S'rî Ratnakaram Kondama
Raju.
In
het eenvoudige huis van Kondama was het altijd
een drukte van belang. Officieel behoorden de
Raju's tot de kaste van de kshatriya's, de
strijders, maar reeds lang geleden hadden zij de
uiterlijke strijd vervangen door de innerlijke
strijd. Zij streden niet langer tegen uiterlijke
vijanden, maar tegen innerlijke vijanden als
woede, hebzucht en jaloezie.
H2:
Zijn namen: En op het moment dat de
horizon rood kleurde als aankondiging van de
opkomende zon, werd God geboren in een menselijk
lichaam. Het was 5.06 uur en de maandag ging nu
over in de dinsdag, de dag die gewijd is aan
Ganesha - hij die de obstakels uit de weg ruimt
op de weg naar God [23 november
1926]. - Groot was hun verrassing toen
zij zagen dat het kind op zijn voetzolen
moedervlekken had in de vorm van een schelp en
een wiel, tekens die zij herkenden als symbolen
van Vishnu. - Zijn ouders gaven hem de namen
Venkata Sathya Narayana. Venkata, net als
zijn vader ter ere van de goeroe Venkavadhuta,
en Sathya Narayana op uitdrukkelijk verzoek van
zijn moeder, als dank aan deze vorm van Vishnu
tot wie zij gedurende de gehele zwangerschap en
ook reeds daarvóór had gebeden.
H2:
Geweldloosheid: Sai Baba heeft nooit
vlees of vis gegeten. God heeft de dieren niet
geschapen om ze te laten doden door de mensen.
Als kind vermeed hij altijd de plaatsen in het
dorp waar varkens, schapen en kippen werden
geslacht of waar vis werd gevangen. En hij hield
zich ook altijd verre van keukens waar vlees
werd gebraden. Wanneer hij hoorde dat zijn vader
of een van de buren een kip greep om te
slachten, dan ging hij erheen en nam het dier in
zijn armen. - Wanneer zijn ouders vlees wilden
eten en verlangden dat hij dat ook zou doen,
ging Sathya naar het huis van de familie Karnam.
Zij waren immers Brahmanen en uit dien hoofde
waren zij vegetariër en hij at dan mee van
het voedsel dat Subbamma bereidde. - Later, toen
hij een jaar of zes was en zijn grootvader
Kondama alleen woonde in een huisje naast dat
van Sathya's ouders - zijn vrouw was inmiddels
overleden - ging Sathya geregeld vegetarisch
koken voor hen beiden. Zij discussieerden dan
vaak uitvoerig over allerlei religieuze
onderwerpen en het verbaasde de grootvader niet,
dat zijn kleinzoon kennelijk zeer goed thuis was
in de heilige geschriften. Soms noemde hij de
jongen zelfs liefkozend 'kleine
goeroe'.
H3:
Kikkers vangen: Zo verzamelde hij op
een keer een hele groep vriendjes en zei dat zij
kikkers zouden gaan vangen. Nieuwsgierig vroegen
zij wat Sathya van plan was, wel wetend dat hij
dieren nooit kwaad zou doen. Hij weigerde
evenwel dat te vertellen en spoorde hen alleen
maar aan om mee te gaan. Zij hadden een vrolijke
middag en vingen wel tien of twaalf kikkers.
Sathya liet de kinderen de diertjes in een korf
doen die hij had meegebracht, legde er een doek
overheen, hield zijn handen er even boven en
liet toen een van de kinderen de doek
wegtrekken. Deze deed dat met een enigszins
angstig gezicht, maar wie schetst hun verbazing
toen er uit de korf een zwerm zwaluwen
opvloog. Druk napratend over dit wonder liepen
zij later weer naar huis, waar zij het verhaal
direct aan hun ouders vertelden.
'Meneer,'
zei hij, 'waarom zou ik opschrijven wat u
zegt. Ik heb reeds begrepen wat u dicteert.
Vraagt u mij maar wat u wilt over dit onderwerp
en ik zal het juiste antwoord
geven.'
Bij
Sathya thuis was het nog altijd een drukte van
belang. Er waren nu bijna twintig kinderen in
huis, want behalve zijn ouders met hun inmiddels
vijf kinderen woonden ook de broer en een zus
van zijn vader met hun gezin in hetzelfde huis.
Soms haalde Sathya voor zijn broertje - de vijf
jaar na hem geboren Janakiram - en
zijn neefjes en nichtjes pepermuntjes en
dergelijke uit een lege tas als zij hun ouders
hielpen met het werk of als zij een goed cijfer
op school hadden gehaald.
Foto:
Bovenaan:
Shirdi Sai Baba & daaronder Sathya Sai
Baba.
De liederen gingen over pelgrims die verlangden
naar darshan (het zien en/of ervaren) van
de Heer, over de beproevingen van de lange reis,
de vreugde bij het bereiken van de tempel, maar
ook over een pelgrimstocht naar
Shirdi waar het graf was van ene
Sai Baba. Van Shirdi en Sai Baba
hadden de kinderen nog nooit gehoord, maar zij
zongen wat Sathya hun leerde. Veel toehoorders
vroegen zich af waar Sathya gehoord had over die
Sai Baba van Shirdi; zij kenden hem in ieder
geval niet. Gezien de naam zou het, dachten zij,
wel gaan om de een of andere moslim-fakir.
Aangezien de dagelijkse bezigheden hen vrijwel
volledig in beslag namen, vergaten zij weer om
Sathya ernaar te vragen.
H5:
'Ik behoor tot de Apastamba sutra (de
leringen van Apastamba) en de Bharadvaja gotra
(de groep religieuze verwanten met Bharadvaja
als patroonheilige). Ik ben Sai Baba. Ik ben
gekomen omdat jullie Venkavadhuta en andere
heiligen baden om mijn komst. Ik zal jullie
zegenen en al jullie zorgen wegnemen. Aanbid mij
op iedere donderdag. Houd jullie geest en huis
rein.'
H7:
Krishna's fluit: Baba vertelde de
bezoekers hoe zij moesten leven, beantwoordde
vragen, vertelde over Shirdi Baba,
materialiseerde vibhuti en deed vele andere
wonderen. 'Ik ben Rama. Ik ben Krishna. Ik word
in vele landen aanbeden. De mensen bidden tot
mij in vele talen, zei hij tegen een groepje
bezoekers uit Kamalapur. 'Krishna?' vroeg een
van de aanwezigen, een trouwe devotee van deze
goddelijke belichaming. 'Ja, ook Krishna,
antwoordde Baba. 'Wil je de fluit horen?'
Krishna is bekend als fluitspeler. In zijn jeugd
was hij koeienhoeder op de weiden van Brindavan.
Daar speelde hij op de fluit voor de gopi's
(herderinnen), die zijn devotees waren. De holle
fluit is het symbool van het hart dat gezuiverd
is van alle verlangens en dat daardoor een
geschikt instrument is geworden voor het spel
van de Heer. De man in kwestie keek Baba vol
verbazing aan en deze zei: 'Leg je wang tegen
mijn borst.' Toen hij dat deed, hoorde hij
in plaats van Baba's adem de goddelijke klanken
van Krishna's fluit. Toen deze bezoekers dit
verhaal vol enthousiasme aan Easwaramma
vertelden, was zij zeer onder de indruk en zij
ging onmiddellijk met hen mee terug naar de
tempel in de hoop de klanken van de fluit ook te
mogen horen. Allen gingen om Sai Baba heen
zitten op de kale vloer van de centrale hal. Na
enige aarzeling vroeg zijn moeder hem
plotseling: 'Bezat Shirdi Sai Baba Krishna's
fluit?' Baba antwoordde: 'Ik bezit hem nu en
ik bezat hem toen. Ik was toen Krishna en ik ben
het nu.'
Foto:
Een
'statie'-foto van de jonge
Baba
H7: God herkennen: Vanaf dat moment
verkondigde hij overal dat Baba God was en hij
zei tegen de devotees met wie hij eerder had
gesproken: 'Jullie boffen allemaal heel erg. Ik
ben naar zovele heuvels en pelgrimsoorden
geweest en heb zoveel erediensten gehouden en
zoveel ascese gedaan, en pas nu ben ik in staat
om de echte God te herkennen.'
H10:
karma: Alle activiteiten verricht uit
verlangen, gericht op resultaat, binden de mens
door de gevolgen ervan en dit karma is de
oorzaak van zijn geboorte. Hij komt op aarde
belast met de gevolgen van gedachten, woorden en
daden van vele vorige levens. De dood is een
geschenk waarop iedereen recht heeft, maar zelf
een einde maken aan je leven komt voort uit
onwetendheid. In een toespraak heeft Sai Baba
hierover gezegd: 'Een ander verkeerd idee dat
sommige mensen erop nahouden, is dat zij
zichzelf kunnen doden door middel van zelfmoord
of atma-hathya. Zij nemen zich dan voor om het
lichaam dat niet in staat is om te handelen en
initiatieven te nemen, te straffen en te
vernietigen. De geest moet worden gestraft, want
de wanhoop die de wil om te leven vernietigt,
wordt veroorzaakt door de dwalende geest, niet
door het lichaam. Graaf in de grillen van de
geest, leer om de geest langs rechte wegen te
leiden en kom tevoorschijn als de overwinnaar
over wanhoop. ' De geest, die bundel van
gedachten, is de oorzaak van alles. Zelfmoord
betekent 'dat je het lichaam straft voor de
misdaden van de geest. Je zult een ernstig
onrecht begaan wanneer je het onschuldige
lichaam straft voor de misdaden van de dwalende
geest.'
H11:
Altijd onderweg: 'Ik verplaats mij
niet vanwege het verlangen naar verandering of
ontspanning of om te reizen. Maar waar verlangen
is naar geestelijke rust, daar haast ik mij om
rust te schenken; waar moedeloosheid is, daar
haast ik mij om het kwijnende hart te verheffen;
waar geen onderling vertrouwen is, daar haast ik
mij om het vertrouwen te herstellen. Ik ben
altijd onderweg om de taak uit te voeren
waarvoor ik gekomen ben.'
H11:
108 parels: Tijdens het bezoek aan
Kanyakumari gebeurde er nog iets bijzonders.
Toen zij daar op een avond over het strand
liepen en het water rond hun voeten lieten
spoelen, zei Baba opeens: 'Kijk! De oceaan
verwelkomt mij met een snoer.' Op dat moment
kwam er een golf aan die even daarna om zijn
voeten spoelde en zich vervolgens weer
terugtrok. Tot verbazing en verrukking van de
devotees bleef er een prachtig parelsnoer rond
zijn voeten achter. Het bleek te gaan om een
snoer van 108 doorschijnende parels, geregen aan
een gouden draad.
H11:
De tijdloze wagenmenner: Bij het
verschijnen van het eerste nummer schreef Baba
op de eerste bladzijde: 'Vandaag begint de
Sanathana Sarathi, de tijdloze wagenmenner, de
veldtocht tegen leugen, onrecht, verdorvenheid
en slechtheid - de handlangers van de geest van
egoïsme. De veda's, de upanishads en de
shastra's zijn de regimenten van het leger. De
overwinning die moet worden behaald, is het
welzijn van de gehele wereld. Wanneer de
zegevierende trommels worden bespeeld in de
vreugde van het welslagen, zal de mensheid geluk
en vrede, vreugde en gelijkmoedigheid,
gezondheid en gelukzaligheid hebben
verworven.'
Foto:
Sai Baba met moeder Easwaramma en Sai
Gita. H12:
Geen geweld: Veel lezers zullen zich
afvragen hoe Sai Baba nu eigenlijk over geweld
in het algemeen en over oorlog in het bijzonder
denkt. Wanneer men de eenheid met de gehele
schepping ervaart, God ziet in alles, zal men
niets of niemand schade willen berokkenen. Er
zal dan slechts liefde voor allen zijn. Wanneer
er echter onrecht jegens anderen plaatsvindt,
zal men moeten ingrijpen. Maar er mag niet te
snel geweld worden gebruikt. Men moet altijd
eerst zijn geweten raadplegen. Wordt men
bijvoorbeeld aangevallen, dan moet men eerst
proberen te vluchten. Lukt dat echt niet, dan
mag er geweld gebruikt worden. In de huidige
onvolmaakte wereld is ook een leger
noodzakelijk. Men heeft de plicht zijn land te
verdedigen tegen een aanval. Wanneer men in een
oorlog moet doden, moet men dat doen uit plicht
ten opzichte van zijn vaderland. 'Je
denkwijze of gemoedsgesteldheid moet niet angst
zijn voor je eigen onbelangrijke leven. De
juiste instelling van een soldaat moet alleen
vaderlandsliefde betreffen en zijn handelingen
moeten alle in het belang van het land zijn en
uit naam van het land worden
verricht.'
H12:
Celibatair: Avatars in het verleden,
zoals Rama en Krishna, hadden een echtgenote,
maar Sai Baba is ongehuwd. In een toespraak
heeft hij eens uitgelegd waarom dit het geval
is. 'In die tijd leefde men binnen het
huwelijk in overeenstemming met de discipline en
de beperkingen zoals voorgeschreven in de
heilige geschriften en zodoende was het huwelijk
geheiligd. Het verschijnen van de Heer met een
gemalin werd daarom niet in verband gebracht met
onzuiverheid. Maar in deze Kali-tijd van
ongebreidelde zinnelijke behoeften kunnen de
Avatars, die komen als predikers van wijsheid,
niet met een metgezellin
verschijnen.'
H13:
Lichaam is een 'kledingstuk' :
Sommige critici zeggen dat Sai Baba kostbare
kleding draagt terwijl er zoveel armoede in
India is. Nu krijgt hij zijn kafni's meestal als
geschenk van toegewijde devotees, maar toch
heeft hij eens naar aanleiding van dergelijke
kritiek gezegd: 'Zou ik heiliger zijn in
vodden?' De wijze, zegt Sai Baba, ziet hem
niet als iemand die de ene dag een gele kafni
draagt en de volgende dag een rode, 's zomers
katoen en 's winters zijde. De wijze dringt door
tot de onveranderlijke waarheid achter Baba's
naam en vorm en hij ziet dat het lichaam een
'kledingstuk' is dat gedragen wordt met een
doel.
H14:
Moeders: 'Moge dit college
generaties edele moeders vormen die zullen leven
overeenkomstig dharma en die helden zullen
verwekken die zijn vervuld van toewijding tot
God en gehechtheid aan de waarheid.'
Opvoeding moet leiden tot zelfvertrouwen,
mededogen, respect voor de gehele schepping,
liefde, verdraagzaamheid, plichtsbesef,
zelfverloochening, onderscheidingsvermogen en
het besef dat alles één is.
Karakter is belangrijker dan intellect. Wanneer
de moeder een goede opleiding heeft gehad en
haar taak serieus neemt, zullen de kinderen
opgroeien tot volwassenen die slechts denken aan
het welzijn van de gehele maatschappij en die
hun talenten in dienst willen stellen van allen.
Baba benadrukt dan ook, dat moederschap de
kostbaarste gave is van God.
Foto:
Krishna met Sai Krshna:
H14:
Vrindâvana: Ruim twintig
kilometer ten oosten van Bangalore, in de buurt
van de dorpen Kadugodi en Whitefield, was in
datzelfde jaar 1968 namelijk ook de ashram
Brindavan gesticht. Vanaf die tijd zou Baba de
hete maanden van het jaar, maart en april, vaak
daar doorbrengen. In Puttaparthi kwam de
temperatuur in deze maanden soms boven de
vijftig graden Celsius, maar in Brindavan was
het een stuk koeler. De naam van de ashram houdt
verband met het leven van Krishna. Deze
bracht zijn jeugd door in Gokul en
Brindavan [of meer bekend als
Vrindâvana] en in de bossen rond
Brindavan speelde hij in zijn jeugd en op de
weiden hoedde hij de koeien. Dit landschap is
het symbool van het altijd groene hart van de
devotee, waar de Heer vol vreugde speelt en
daarom gaf Baba deze ashram de naam
'Brindavan'.
H14:
Dienen: Men moet zijn leven in dienst
van God stellen door het dienen van zijn
medeschepselen. Dat is het belangrijkste wat men
in het leven kan doen. Natuurlijk moet men
werken om geld te verdienen voor zijn
levensonderhoud, maar men moet niet werken om
het geld, maar om te dienen. Dat is de juiste
instelling. Bovendien moet men proberen enkele
uren per week vrij te maken voor belangeloze,
onbetaalde dienstverlening, bijvoorbeeld in een
bejaardentehuis of ziekenhuis, of bij de opvang
van vluchtelingen of daklozen. Wanneer men
dienstbaar is zonder enig eigenbelang, zal men
een diepe vreugde ervaren. Dienen moet het
gevolg zijn van zuivere, goddelijke
liefde.
H15:
Ziekte: 'Er zijn veel mensen die
twijfelen aan het bestaan van God of die Hem
ontkennen of die de idee van God verwerpen als
dwaas, verouderd bijgeloof. Om hen ertoe te
brengen hun waanidee los te laten, openbaart God
vanuit zijn altijd aanwezige genade zijn
bovenmenselijke heerlijkheid. De twijfelaars
krijgen antwoord zonder te vragen; de deur wordt
geopend zonder zelfs te kloppen, want zij die
God ontkennen, zullen helemaal niet kloppen. Het
"bijgeloof" zal worden verlicht en een
goddelijke staat aannemen door een concrete
ervaring, een onbetwistbaar feit. Het menselijk
lichaam ontwikkelt ziektes als gevolg van
verkeerd voedsel of lichtzinnige gewoontes of
dwaze onbezonnenheid of overdreven emoties. De
ziekte waarvan jullie de afgelopen twee dagen
getuige zijn geweest, was van geheel andere
aard. Dat was een ziekte die door mij was
overgenomen, die ik vrijwillig op mij had
genomen teneinde een slachtoffer te redden dat
deze ziekte niet had kunnen overleven! Zijn
voortleven in goede gezondheid is wenselijk voor
de taak die mij dierbaar is. Genade uitstorten
over de oprechte is een van de taken van de
Avatar. De blindedarm was ontstoken; hij
veranderde in een gezwel dat de doktoren slechts
konden genezen door het te verwijderen... Hij
zou dit niet hebben overleefd, dat weet ik. Ik
ben gekomen in dit lichaam teneinde andere
lichamen te behoeden voor lijden. Dit lichaam is
altijd vrij van
lijden.
Ziekte kan het nooit aantasten. Ik moest iemand
te hulp komen die zich aan mij had overgegeven -
zelfs zijn mening. lk nam zijn ziekte over en
doorstond deze. Hij zal niet meer bij hem
terugkomen. Jullie noemen deze gebeurtenis een
wonder, maar bedenk, iedereen is een wonder!
Iedere ademhaling is een bewijs van de
goddelijke voorzienigheid. Iedere gebeurtenis is
het gevolg van goddelijke almacht. Overal waar
je waarheid, schoonheid, goedheid,
rechtvaardigheid, wijsheid, mededogen vindt, is
God aanwezig en werkzaam. Een atheïst
ontkent God met dezelfde adem die God hem heeft
gegeven! Hij sluit de ogen die God in hem heeft
geopend en verklaart dat hij in zichzelf God
niet kan zien. Daarom moeten dergelijke
verbazingwekkende gebeurtenissen overal
plaatsvinden en bekendgemaakt worden aan de
mensen, opdat de mensheid kan worden gered van
overdreven betrokkenheid bij de wereld en vol
liefde naar de Meester van de wereld kan worden
getrokken.'
H15:
Sai Baba bezoeken: Ter gelegenheid
van Baba's vijftigste verjaardag - volgens de
Indiase telling - in november 1975 - werd er een
vijftien meter hoge zuil vlakbij het
Poornachandra Auditorium neergezet. Deze zuil
symboliseert de eenheid van alle godsdiensten en
op de basis staan de symbolen afgebeeld van de
vijf oudste godsdiensten van India, net als in
het oude sarva dharma-embleem. Tijdens de
viering van de betreffende verjaardag waren er
meer dan honderdduizend mensen aanwezig. Een
record voor die tijd, dat nadien vele malen zou
worden gebroken. Omdat alles nog niet zo goed
georganiseerd was als in latere jaren, was het
een enorme drukte en Sai Baba was genoodzaakt
darshan te geven vanuit een helikopter. Ofschoon
het in de toekomst dus nog veel drukker zou
worden, zou niemand naar Puttaparthi kunnen
komen zonder dat Baba hem riep, hoe toevallig
het ook mocht lijken. Hij laat alleen díe
mensen komen die gereed zijn om hem te zien en
niemand anders. Niemand kan de weg erheen uit
zichzelf vinden.
Foto:
Vibhuti-abhisheka met Kasturi die de pot
vasthoudt
H16: Onthechten: Toen kwam het
moment waarop ieder wachtte: de
vibhuti-abhisheka, de rituele reiniging
met as. ( ......... ) Ofschoon dit
ceremoniële asbad veel indruk maakte op de
devotees, wisten maar weinigen wat de diepere
betekenis ervan was. Baba deed deze ceremonie om
de devotees de les van onthechting te leren.
Shiva verbrandde Kama, de god van het verlangen,
tot een hoopje as. Vervolgens tooide Shiva
zichzelf met die as en aldus schitterde hij als
overwinnaar van het verlangen. Toen Kama eenmaal
was vernietigd, kon Prema heersen als de godin
van de liefde. Liefde kan pas waarachtig en
volledig zijn wanneer alle verlangen is
opgegeven. Er is geen groter offer dat je God
kunt brengen, dan de as die het teken is van je
overwinning over het verlangen. De
vibhuti-abhisheka heeft tot doel de
devotees te inspireren om alle verlangens op te
geven.
H17:
over twijfel: En daarom zegt Baba:
'Kom, zie, ervaar, onderzoek en geloof
dan!'
H18:
Zijn besluit: 'Ik heb besloten om
de bewoners van de wereld te hullen in de
koesterende zorg van universele liefde zoals
beschreven is in de veda's. Want de wereld is
mijn woning en de continenten zijn de kamers
daarin. Ik ben gekomen om een gouden hoofdstuk
te schrijven in de geschiedenis van de mensheid,
waarin de leugen zal ontbreken, waarheid zal
zegevieren en deugd zal regeren. Karakter zal
dan kracht schenken, en niet kennis of
vindingrijkheid of rijkdom. Wijsheid zal op de
troon worden geplaatst in de Raden der Volkeren.
Laat je niet misleiden. Het is niet mijn
bedoeling de mensen met stomheid te slaan door
het tentoonspreiden van wonderbaarlijke
krachten! Ik ben gekomen om de weldaad van
gelukzaligheid, de zegen van geluk te schenken
als de beloning voor waarachtig spiritueel
streven en om de mensheid te leiden naar
vrijheid, licht en liefde.'
Quote
van Sai Baba: "Toen Jezus de aarde
verliet als het hoogste principe van heiligheid,
vertelde Hij Zijn volgelingen het volgende. De
verklaring van Jezus was eenvoudig: 'Hij die Mij
naar jullie heeft gezonden, zal weer terugkomen'
en Hij wees naar een lammetje. Het lam is een
symbool, een teken. Het staat voor het woord
BA-BA. Die aankondiging was 'de komst van BABA'.
- 'Hij zal een rood gewaad dragen'. 'Hij zal
kort van gestalte zijn met een kroon (van
haar).' Het lam is het teken en symbool van
Liefde. Christus zei niet dat hijzelf zou
terugkeren, Hij zei: 'Hij die mij maakte, zal
weerkomen'. Deze BABA is de Baba. En Sai, de
korte met krullend haar gekroond, in een rood
gewaad, is gekomen."
Heer
Nrisimhadev spreekt tot Prahlâda;
S.B.
7.9:
53-54:
(53) 'Geniet een lang leven! Mij niet
behagend, zelden Mijn aanwezigheid opzoekend,
Mij niet gezien hebbend, is het het lot van het
levend wezen om keer op keer zich over zichzelf
te beklagen. (54) Wees er inderdaad op
uit Me te behagen, daar daarvan ieder nuchter
mens in ieder opzicht, als een goed gevormd
mens, het beste wat het leven te bieden heeft
mag verwachten, o fortuinlijke; ik ben immers de
Meester aller Zegeningen.'
S'rî
Nârada spreekt tot koning Yudhishthhira:
S.B.
7.11: 7:
(7) 'De wortel van alle dharma, de essentie van
alle vedische kennis is inderdaad
Bhagavân, het Allerhoogste Wezen, die aan
de hand van de geschriften wordt herdacht
[met de s'ruti of de Veda's en de
smriti of de geschriften in
navolging] door al de kenners van de
Werkelijkheid, o Koning, en door dit principe
raken de geest en de ziel volledig bevredigd.