In
de tachtiger jaren kreeg Puttaparthi een
busstation en kwamen er goed berijdbare wegen en
in de ashram werden veel nieuwe flats gebouwd
met stromend water, toilet en douche. Bovendien
werd in 1984 het oude ziekenhuis vervangen door
een nieuw gebouw, groter en zeer goed
geoutilleerd. Het kreeg honderd bedden, een
operatiekamer, een laboratorium enzovoort.
In de negentiger jaren kwam er een aparte
Westerse kantine, een museum en een vliegveld.
Bovendien werd de zogenaamde compound - het
terrein voor de tempel - overdekt zodat de
devotees geen last meer zouden hebben van zon en
regen.
Verder werd er begin negentiger jaren niet ver
van het nieuwe vliegveld nog een tweede
ziekenhuis gebouwd. Op de dag voor Baba's 65ste
verjaardag vond de officiële opening plaats
van dit Super Speciality Hospital, een
ziekenhuis met driehonderd bedden, dat zich met
name zou richten op grote operaties aan hart,
longen, nieren, hersens en ogen. Nog geen jaar
eerder had Baba opdracht gegeven tot de bouw
ervan en duizenden arbeiders waren erin geslaagd
dit project in zeer korte tijd tot stand te
brengen. Vooraanstaande chirurgen uit heel India
komen speciaal naar dit ziekenhuis, niet om het
geld, maar om te dienen, en voor de
patiënten zijn alle voorzieningen gratis.
Op de dag van de opening werden direct al de
eerste twee hartoperaties uitgevoerd.
Het museum is indertijd heel klein begonnen op
de eerste verdieping van het bibliotheekgebouw
dat onderdeel uitmaakt van het college in
Brindavan. In 1990 werd in Puttaparthi een nieuw
museum gebouwd, het Sri Sathya Sai Sanathan
Samskriti - in het Nederlands het Onvergankelijk
Erfgoed Museum genoemd. Het staat op de heuvel
naast het administratiegebouw van de
universiteit. Met behulp van teksten, foto's en
tekeningen, maquettes, beelden,
muziekinstrumenten, heilige boeken en allerhande
andere voorwerpen en een video- en
diapresentatie wordt hier een beeld gegeven van
zeer vele godsdiensten, de schepping, het leven
en de leringen van Rama en Krishna en van Sai
Baba's vorige en huidige belichaming. De nadruk
ligt hierbij op één wereld,
één godsdienst.
Iedere
dag krijgt Baba honderden brieven, deels per
post en deels tijdens darshan van de aanwezige
devotees.
Op een dag vroeg een van zijn medewerkers:
'Swami, waar haalt u de tijd vandaan om al die
brieven te lezen?'
'Pak eens een willekeurige brief,' zei Baba,
wijzend op de enorme stapel brieven die de
postbode zojuist had bezorgd.
Hij groef in de stapel en haalde er een
tevoorschijn. Vóór hij de brief
kon openen, hield Baba zijn hand tegen en zei:
'Deze brief komt van een oude vrouw uit
Bhubaneshwar. In haar brief bedankt zij mij voor
de genezing van haar kleinzoon en als tastbaar
bewijs van haar dank heeft zij een biljet van
één roepie ingesloten. Zo, maak de
brief nu maar open.'
Tot zijn verbazing klopte Baba's verhaal precies
met de inhoud van de brief.
'Ik hoef de brieven dus niet te lezen,' legde
Baba hem uit. 'Ik weet de inhoud. Het is zelfs
nog sterker: op het ogenblik dat de gedachte
wordt gevormd in de geest van een devotee,
bereikt deze mij, ook al moet hij nog beginnen
met het schrijven van zijn brief.'
Een andere keer heeft Baba in een zelfde soort
geval iemand de inhoud verteld van een brief die
de volgende dag pas per post arriveerde in de
ashram.
Overigens is het niet zijn gewoonte om de
brieven die hij ontvangt, aan anderen te laten
lezen of hun de inhoud te vertellen, zeker niet
wanneer er persoonlijke zaken in zo'n brief aan
de orde komen. Normaal gesproken mag niemand een
aan Sai Baba gerichte brief openen. Dit waren
verantwoorde uitzonderingen, nodig om
twijfelaars te overtuigen van zijn
alwetendheid.
Incidenteel beantwoordt Baba vertrouwelijke post
van devotees door het sturen van een brief.
Vanwege het vertrouwelijke karakter schrijft hij
dat antwoord zelf en plakt hij de envelop
persoonlijk dicht. Hij dicteert zo'n brief dus
niet aan een van de medewerkers, die hem
vervolgens uittypt.
Lange tijd heeft Baba aangetekende brieven
persoonlijk in ontvangst genomen en zelf voor
ontvangst getekend. Dit had tot gevolg dat
devotees die eigenlijk niets belangrijks te
melden hadden, aangetekende brieven gingen
sturen om op die manier zijn handtekening te
krijgen! Tegenwoordig gebruikt een van de
medewerkers een stempeltje met zijn handtekening
voor het in ontvangst nemen van dergelijke
brieven.
Wanneer
Baba in Prasanthi Nilayam is, geeft hij meestal
iedere morgen en middag darshan. Langzaam loopt
hij langs de studenten en docenten, langs de
vrouwenkant en langs de mannenkant, terwijl hij
hier en daar brieven aanpakt, zakjes vibhuti en
medailles die men hem voorhoudt, zegent, enkele
woorden van troost of bemoediging spreekt, een
vraag beantwoordt of een grapje maakt en zo nu
en dan ook vibhuti materialiseert voor een
devotee. Soms weigert hij een brief aan te
nemen, bijvoorbeeld wanneer iemand iets vraagt
wat niet goed voor hem zou zijn of wanneer er
een loterijbriefje in zit dat iemand wil laten
zegenen. Vroeger probeerden velen zijn voeten
aan te raken wanneer hij even stilstond. Sinds
juli 2001 staat Baba dit niet meer toe, 'want
jij en ik zijn één. God woont in
alle wezens. Hetzelfde atma is aanwezig in jou,
mij en iedereen.' Daarom is het niet nodig
de voeten aan te raken als eerbetoon. Wil je
Baba toch eervol groeten, doe dat dan in
gedachten.
Een bezoek aan de ashram is voor velen een
onvergetelijke ervaring en als Baba wil dat jij
naar hem toekomt, dan neemt hij alle
belemmeringen weg die dat zouden kunnen
verhinderen. Maar hij zegt ook dat het niet
nodig is om naar Puttaparthi te komen om zijn
aandacht op je te vestigen. Voelje de behoefte
om te gaan, ga dan, maar bedenk dat hij bij je
is, waar je je ook bevindt.
Tijdens darshan nodigt Sai Baba mensen uit voor
een interview. Hij spreekt iemand aan en vraagt
bijvoorbeeld: 'Uit hoeveel personen bestaat
jullie groep?' en vervolgens loopt hij
zwijgend door of zegt: 'Ga!' Dat laatste
is het sein dat alle leden van de betreffende
groep zich mogen verzamelen vóór
de interviewkamer om daar te wachten tot hij
klaar is met darshan. Tijdens het interview
materialiseert hij meestal vibhuti, medailles,
ringen of japamala's, want zijn wonderen zijn
zijn visitekaartje, het bewijs dat hij is wie
hij zegt dat hij is. Verder stelt hij vragen en
beantwoordt hij vragen van de aanwezigen. Sai
Baba zegt dat je een interview krijgt wanneer je
dat nodig hebt, bijvoorbeeld om je geloof te
versterken of om je extra kracht te geven om je
problemen aan te kunnen. Denk dus niet dat
iemand die geen interview krijgt, dat niet waard
is! Alleen Baba kent verleden, heden en toekomst
en dus kan alleen hij bepalen wie een interview
nodig heeft.
Zo was er eens een politie-inspecteur die buiten
de interviewkamer enigszins uitdagend tegen een
vriend zei: 'Wanneer hij mij iets kan vertellen
over een bepaalde gebeurtenis in mijn leven, dan
neem ik mijn petje voor hem af.'
Na het interview zei hij vol vreugde tegen deze
vriend: 'Hij weet alles, van A tot Z, alle
officiële feiten en alle
onofficiële.'
Om te bewijzen dat hij echt alles weet, zei Baba
eens tegen een Amerikaans echtpaar tijdens een
interview: 'Zijn jullie vandaag niet 33 jaar
getrouwd?'
Met open mond staarden zij hem aan. Toen drong
het tot hen door dat hij gelijk had. Vervolgens
materialiseerde hij een ring met zijn eigen
portret en legde die op de trillende hand van de
vrouw met de woorden: 'Doe deze om de vinger van
je echtgenoot.'
Weer maakte hij het bekende draaiende handgebaar
en nu verscheen er een gouden ketting met
daaraan een lotus. Hij vroeg de echtgenoot om
deze om de hals van zijn vrouw te doen. Hun
gezichten straalden van liefde en vreugde.
Omstreeks 1960 bracht een gezin een bezoek aan
Shirdi en zij besloten om vandaar verder te
reizen naar Pandharpur om daar de Heer te
aanbidden in de vorm van Panduranga. Als gevolg
van hevige regen en overstromingen konden er
evenwel nauwelijks treinen rijden en zij
slaagden er daardoor niet in Pandharpur te
bereiken. Toen zij korte tijd later bij Sai Baba
kwamen, vroeg hij de bejaarde ouders van het
gezin tijdens het interview voor hun vertrek:
'Jullie konden Panduranga niet zien, he? Het
schijnt jullie veel verdriet te doen dat jullie
pelgrimsreis halverwege moest worden afgebroken.
We I, als jullie darshan willen hebben van
Panduranga, kijk dan naar mij.'
Zij keken en werden toen overweldigd door
vreugde. Zij hadden hun darshan van
Panduranga!
De man in het volgende verhaal kreeg van Baba
een privé-interview. Hij had de gewoonte
om dagelijks de 108 namen van God te reciteren
en op donderdag reciteerde hij de 1008 namen.
Wanneer hij daarmee gereed was, liet hij zich
plat op de grond vallen voor Baba's portret en
daarbij stelde hij zich voor dat hij diens
voeten met beide handen omvatte. Hij stelde zich
dan voor dat de voeten zich bevonden in de
ruimte tussen zijn handpalmen. Hij genoot iedere
dag weer zo van dat beeld dat hij tranen in zijn
ogen kreeg. Toen hij naar Prasanthi Nilayam
kwam, gaf Baba hem een interview en tijdens dat
interview zei hij tegen hem: 'Kijk eens naar
mijn voeten, zoals ik nu voor je sta. Let eens
op de ruimte die ik nodig heb om mijn beide
voeten op een prettige manier op de grond te
kunnen zetten. Je houdt je handpalmen niet ver
genoeg van elkaar; daardoor moet ik iedere keer
als je mij wilt vereren, mijn voeten krampachtig
tegen elkaar drukken. Houd ze iets verder uit
elkaar!'
Een ander humoristisch voorval deed zich voor
tijdens een interview waarbij een man uit
Denemarken aanwezig was. Tot zijn grote vreugde
kreeg deze man verscheidene interviews en op een
gegeven moment belde hij naar huis om zijn vrouw
te laten delen in zijn vreugde. Zij was echter
niet zo vrolijk, want tijdens de afwezigheid van
haar man was de verwarming kapot gegaan, had de
wasmachine het begeven en waren er nog enkele
andere dingen misgegaan. Zij was daardoor
behoorlijk geïrriteerd en in gedachten gaf
zij Baba de schuld van alles. 'Waarom geeft u
hem zoveel aandacht, Swami, en geeft u mij
alleen maar problemen?' dacht zij
herhaaldelijk.
Tezelfdertijd riep Baba haar echtgenoot weer
voor een interview en tijdens dat interview zei
hij tegen hem: 'Je vrouw is behoorlijk
humeurig.'
De echtgenoot, die niets wist van de problemen
thuis, antwoordde: 'Nee, Swami. Zij is erg
lief.' Maar Baba hield vol: 'Maar ze wordt
wel erg gauw kwaad.'
'Maar Swami, ik heb geen problemen met
haar.'
'Nee, antwoorde Baba, 'jij hebt
misschien géén problemen met
haar...'
De volgende gebeurtenis speelde zich alweer vele
jaren geleden af. Tijdens een interview zei Sai
Baba tegen een jonge vrouw: 'Ik heb je gered
van verlamming.'
'Ja,' antwoordde zij - en daar bleef het gesprek
bij.
Na het interview ging haar vader, de Amerikaanse
zakenman James Sinclair, die ook bij het
interview aanwezig was geweest, naar haar toe en
vroeg: 'Marlene, wat zei Swami tegen jou, waarop
jij "ja" zei?'
Voordat nu haar antwoord volgt, moeten we even
terug in de tijd. De betreffende jonge vrouw
deed aan paardensport en was daarin tamelijk
succesvol. Met een jong paard dat zij zelf had
getraind, deed zij op een keer mee aan een
springconcours. Zij naderde in galop een zeer
hoge hindernis toen het paard struikelde. Zij
vloog als eerste over de hindernis en landde met
haar hoofd op de grond. Daarna landde het
achthonderd kilo wegende paard bovenop haar. Het
medische team had 45 minuten nodig om haar te
bevrijden waarna zij met spoed naar het
ziekenhuis werd gebracht. Toen haar vader, die
telefonisch was gewaarschuwd, enige tijd later
in het ziekenhuis aankwam, was haar toestand
stabiel. Hij had een pakje vibhuti meegebracht
en hij legde zijn dochter uit wat dat was.
Vervolgens smeerde hij wat vibhuti op de wonden
in haar gezicht en hij deed wat op haar tong.
Toen hij de volgende ochtend weer kwam, was haar
gezieht volledig genezen. Er was geen wond meer
te zien.
Maar nu terug naar de vraag van haar vader na
het interview: 'Marlene, wat zei Swami tegen
jou, waarop jij "ja" zei?'
Zij antwoordde: 'Pa, ik heb het je nooit
verteld, maar dat kan ik nu wel doen. Bij het
ongeluk tijdens het springconcours indertijd
werd ik blind en raakte ik verlamd. Maar al die
tijd dat ik daar lag in de regen, en al die tijd
in de ziekenwagen, op de eerste hulp en de hele
nacht in het ziekenhuis, voelde ik dat er iemand
heel dicht bij mij was. En nog
vóór jij bij mij kwam, kon ik weer
zien en was de verlamming verdwenen.'
Sai
Baba besteedt altijd veel aandacht aan de
jongeren, want zij zijn de leiders van de
toekomst. Hij maakt hen tot zijn instrument. Op
een keer zei hij tegen een groep van zijn
studenten: 'Jullie zijn allemaal ledematen
van mij, die door mij worden gevoed en
gekoesterd. Jullie vormen het Sai-lichaam. Sai
zal jullie voeden waar je ook bent, wat je ook
doet, op voorwaarde dat je Sai dát geeft
waar Sai het meest naar verlangt: deugd, geloof,
discipline, nederigheid, eerbied.'
Ook ouders en leraren moeten veel aandacht
besteden aan de jeugd en zij moeten hun het
goede voorbeeld geven. Kinderen behoren op te
groeien in een atmosfeer van devotie,
wederzijdse dienstverlening en samenwerking.
Zorg daarom, zegt Baba, voor een goede sfeer in
huis, voor harmonie en geluk, vrij van ruzie en
fanatisme. Laten alle bewoners leren samen te
leven in verdraagzaamheid en liefde. Leer te
leven met andere meningen en andere
temperamenten. Probeer de anderen te begrijpen;
wees gelukkig wanneer anderen gelukkig zijn en
wees mededogend wanneer anderen verdriet
hebben.
Onderwijs dient tegenwoordig nog slechts om
later in het levensonderhoud te kunnen voorzien,
niet meer om te leren het doel van het leven te
bereiken. Dat eerste is wel van belang, maar dat
mag niet ten koste gaan van de spirituele
opvoeding. Deze laatste doet de inherente
goddelijkheid in de mens ontwaken. Spirituele
opvoeding is voor het leven, wereldse opvoeding
voor het levensonderhoud. Wereldse opvoeding is
van kortstondige aard. Lezen, schrijven, de kost
verdienen en naam en faam verwerven zijn het
resultaat van wereldse opvoeding. Bij spirituele
opvoeding gaat het om mededogen, waarheid,
verdraagzaamheid en liefde. Tegenwoordig
verwachten ouders van hun kinderen dat zij een
hoge opleiding zullen volgen, rijkdom zullen
vergaren en groot zullen worden; slechts
weinigen willen dat hun kinderen goed worden.
Goedheid is langdurig, terwijl grootheid
tijdelijk is. Over de hele wereld bidden mensen
om vrede, maar deze kan slechts bereikt worden
door de juiste opvoeding, namelijk de opvoeding
tot liefde. Zonder liefde heeft het leven geen
enkele waarde!
De onderwijsinstellingen van Sai Baba - die
onderwijs omvatten dat loopt van kleuterschool
tot universiteit en dat geheel kosteloos is -
willen een voorbeeld zijn voor alle andere
scholen. Reeds in 1978 heeft Sai Baba een cursus
spiritueel onderwijs georganiseerd voor 665
onderwijzers die waren uitgekozen door de
deelstaatregering van Andhra Pradesh. De
regering had namelijk de resultaten op
onderwijsgebied gezien van de Sai-organisatie en
had aan Baba gevraagd de onderwijzers van de
deelstaat een oriëntatiecursus te geven met
als doel de lagere scholen in de hele staat om
te vormen tot plaatsen van werk, aanbidding en
wijsheid, van liefde en dienstverlening. De
nadruk van de training lag op gebed, muziek,
dans, tekenen en ouderparticipatie. Sindsdien
zijn er nog vele cursussen georganiseerd voor
docenten en inmiddels is Baba's
opvoedingsmethode gebaseerd op de menselijke
waarden overgenomen door de
onderwijsautoriteiten van geheel India en ook in
enkele andere landen zijn er al scholen die hun
onderwijs volledig hebben gebaseerd op deze
methode. In juli 2001 werd er in Prasanthi
Nilayam een conferentie gehouden waar duizenden
leerkrachten uit de gehele wereld aan deelnamen.
Tijdens die conferentie werd er een spiritueel
actieplan geïntroduceerd onder de titel
Sathya Sai Educare. Bij dit actieplan gaat het
om onderwijs in menselijke waarden, dat
vervolgens moet worden vertaald naar handelen.
Het zal uiteindelijk alle kinderen van de gehele
wereld moeten bereiken en het zal de mens in
staat stellen om God in zichzelf te ervaren.
Via het onderwijs wordt Baba's boodschap dus
verspreid, maar ook vele anderen willen zijn
boodschap graag uitdragen. Zij geven lezingen,
organiseren bijeenkomsten en schrijven artikelen
in kranten en tijdschriften. Sai Baba wijst er
echter op dat de devotees zijn boodschap in
eerste instantie moeten uitdragen door hun
gedrag. Wees liefde in gedachte, woord en daad.
Maak al je handelingen tot seva (onbaatzuchtige
dienstverlening)!
Daardoor zullen de mensen je herkennen als
Sai-devotee.
Een beroemd dichter en prediker zei eens tegen
Baba: 'Swami, zoals u weet, heb ik in talloze
landen lezingen gegeven over godsdienst. Ik ben
in Amerika, Rusland en Japan geweest. Wanneer u
dat wilt, zal ik de rest van mijn leven van
continent naar continent vliegen om de boodschap
van uw komst op aarde te verkondigen.'
'Maakje niet druk over mijn komst,'
antwoordde Baba. 'Maak je druk over je eigen
toekomst. Ik zou willen dat iemand jou zou
kortwieken om je op een vaste plek te houden,
opdat je wat sadhana (spirituele
oefeningen) kunt doen en zo jezelf kunt
redden voor het te laat is. '
Alle
studenten van de Sai-scholen nemen deel aan
sevaprojecten. Zij houden het terrein van hun
school schoon, helpen bij het verbouwen van
groenten en doen nog vele andere plaatselijke
werkzaamheden. Daarnaast adopteren groepen
studenten dorpen en helpen zij bij rampen. Bij
het adopteren van een dorp gaat het om het
aanleggen van wegen, het slaan van putten, het
opzetten van een medische post zowel voor mensen
als voor dieren enzovoort. Bovendien leren zij
de plaatselijke bevolking hoe zij de dieren
beter kunnen verzorgen en hoe hygiëne
ziektes kan voorkomen. In verband met die
hygiëne houden zij zich ook bezig met het
schoonmaken van het dorp, het opruimen van alle
vuilnis dat door de meeste bewoners maar gewoon
ergens neergegooid wordt.
Net als de studenten zou iedere devotee zich
moeten bezighouden met seva. Om het pad van
liefde te kunnen volgen, is dienstverlening aan
je medeschepselen een noodzaak. Wanneer je je
ervan bewust bent dat alles één
is, leidt dat vanzelf tot dienstverlening.
Liefde neemt toe door seva en wanneer het
druppels van liefde regent, zal de rivier van
liefde vol vreugde door de dalen stromen en zal
ieder kind, iedere vogel, ieder dier en iedere
steen het lied van de liefde zingen.
Ooit zei Baba tegen de dorpelingen van
Mirthipadu, gelegen in de buurt van Rajahmundry:
'In het zweet van jullie aanschijn veranderen
jullie aarde en zand in voedzaam, smakelijk
voedsel voor mens en dier. Welk een heilige taak
is dat die jullie dagelijks volbrengen! Ik ben
erg blij vandaag in jullie midden te zijn.
Jullie ondergaan ontelbare ongemakken en zwoegen
voortdurend en jullie hebben een sterk
vertrouwen in jezelf. Jullie lopen rond op deze
groene velden, in de koele bries, onder de
blauwe hemel. Wat zou het fijn zijn wanneer
jullie, rond deze velden lopend, de glorie van
de Heer zouden zingen, de Heer die aanwezig is
in al deze schoonheid, al deze overvloed en al
deze grootheid! Bezoedel de atmosfeer niet door
boze woorden tegen elkaar te schreeuwen; zuiver
haar door de naam van de Heer te
herhalen.'
En
tegen de duizenden arbeiders die bezig waren met
het bouwen van een stuwdam in de Krishna-rivier
bij Srisailam, zei hij:
'Laat
bij dit werk niets aan het toeval over. Dit
is een geheiligde taak, die voedsel en geluk
zal verschaffen aan tientallen miljoenen
mannen, vrouwen en kinderen gedurende vele
eeuwen. Waarlijk, jullie leven zal waardevol
geweest zijn. Jullie, die hard werken om de
grilligheid van deze machtige rivier te
bedwingen, moeten ook hard werken om jullie
eigen grilligheid te bedwingen. Werp een dam
op tegen de enorme stroom van hartstocht, die
de vrede en vreugde in jullie huizen in
gevaar brengt. Kanaliseer deze naar nuttige
akkers. Precies zoals jullie de
gezondheidsvoorschriften in acht nemen uit
angst om ziek te worden, moeten jullie ook de
regels voor zelfbeheersing in acht nemen
opdat jullie volmaakte vrede zullen
verwerven. Breng iedere ochtend en avond
enkele minuten in stilte door voor het altaar
in je huis; breng die tijd door met God.
Ervaar de voortdurende aanwezigheid van God.
Voel dat Hij altijd bij je is, onder alle
omstandigheden. Vertrouw op Hem. Het is zijn
toneelstuk; jij speelt slechts een rol, bent
slechts een acteur.'
Een
belangrijk sevaproject, dat evenals zoveel
andere projecten geheel betaald wordt uit giften
van devotees, is ook het waterproject. Dit is
een project voor het verschaffen van veilig en
schoon drinkwater aan meer dan zevenhonderd
dorpen in het district Anantapur. Door de
uitdroging van de grond - een probleem dat al
tientallen jaren bestond - moesten er steeds
diepere putten worden gegraven en dit leidde
ertoe dat er steeds minder putten kwamen. De
inwoners van de dorpen moesten daardoor vaak
enkele kilometers lopen om water te halen.
Bovendien zit er in dit gebied erg veel fluor in
het grondwater. Drink je dit water, dan kun je
een ongeneeslijke ziekte oplopen die de botten
misvormt. Sai Baba vond het kennelijk hoog tijd
worden om daar iets aan te doen. Binnen
één jaar werden er voor die
zevenhonderd dorpen honderden waterreservoirs
aangelegd alsmede een aantal waterbassins voor
de zomer; bovendien werden er duizenden
kilometers pijpleiding gelegd om water te halen
uit enkele grote rivieren. In datzelfde jaar
1995 werd aan dit project nog de stad Anantapur
zelf toegevoegd en in de jaren daarna nog twee
andere districten van de deelstaat
Andhra
Pradesh. En het eind van de plannen is nog niet
in zicht. De overheid vond dit waterproject
zó belangrijk dat er een postzegel is
uitgegeven met als opschrift 'Sri Sathya Sai
Water Supply Project' (18).
Ieder woord dat Baba spreekt en iedere handeling
die hij verricht, bevat een boodschap, een les,
maar het is niet altijd even gemakkelijk om die
les te herkennen. Een voorbeeld zal dit
verduidelijken.
Op zaterdagmorgen 20 augustus 1988 gleed Baba in
de badkamer uit over een stuk zeep. Hij kwam
nogal hard op zijn rug en zijn hoofd terecht en
hij werd door een van de studenten, die de klap
had gehoord en was komen kijken wat er aan de
hand was, naar zijn slaapkamer gebracht.
Ofschoon Baba zijn bezorgdheid wegwuifde, haalde
de student er toch een van de dokters van het
ziekenhuis bij. Deze onderzocht Baba en naar
aanleiding van dat onderzoek stonden hij en
enkele collega's van hem erop een
röntgenfoto te maken van zijn heup. Ondanks
de vreselijke pijn weigerde Baba om naar het
ziekenhuis te gaan en daarom lieten zij
röntgenapparatuur uit Bangalore overkomen.
Tenslotte stemde hij in met het maken van die
foto en deze wees uit dat hij zijn heup gebroken
had.
Een van de dokters zei: 'Swami, u moet vier
weken volstrekte bedrust nemen. Dan krijgt de
heup de kans weer aan elkaar te groeien.'
Maar Baba antwoordde: 'Ik weet niet wat rust
betekent. Ik heb geen rust nodig. Ik zal
doorgaan met mijn werk.'
Naar aanleiding van het dringend advies van de
dokters en de smeekbeden van devotees gaf Baba
niettemin enkele dagen geen darshan, maar
ondertussen ging hij wel gewoon door met zijn
overige werkzaamheden. En na die paar dagen gaf
hij ook weer gewoon darshan.
Op het eerste gezicht lijkt deze gebroken heup
in strijd met Baba's uitspraak dat niets hem kan
kwetsen en dat hij alleen ziek kan worden
wanneer hij een ziekte van een devotee
overneemt. Deze gebeurtenis bracht mensen zonder
een sterk geloof aan het twijfelen omtrent zijn
goddelijkheid.
Waarom heeft hij dit laten gebeuren?
Het lichaam is onderworpen aan de natuurwetten,
die door God zijn ingesteld. Wanneer je
uitglijdt, val je en kun je je bezeren. Dat
geldt ook voor het lichaam van Sai Baba. Ook God
moet zich onderwerpen aan zijn eigen
natuurwetten. Maar alleen het goddelijke kan die
pijn verdragen door zelfbeheersing, door de
geest weg te leiden van het lichaamsbewustzijn.
De les die hij hiermee gaf, is dat men bij alle
lijden en moeilijkheden de geest zou moeten
wegleiden. Op die manier kan de pijn worden
verzacht. Door zijn voorbeeld heeft hij getoond
dat dat mogelijk is. Natuurlijk had hij zichzelf
direct kunnen genezen, maar zoals hij ook niet
iedere devotee die iets mankeert, direct
geneest, zo heeft hij verkozen ook zichzelf niet
direct te genezen. Had hij dat wel gedaan, dan
had men dat als egoïstisch kunnen
beschouwen. Lichamelijke problemen zijn als
voorbijgaande wolken. Bij ziekte is er enige
tijd nodig voor het herstel van het lichaam.
Baba adviseerde de devotees zich gedurende
ziekte te oefenen in gelijkmoedigheid en de
geest weg te leiden van de pijn overeenkomstig
zijn voorbeeld. Zij moesten hun problemen
vergeten en proberen zo gelukkig mogelijk te
zijn. En zoals hij dat zo vaak doet, raadde hij
hun aan voortdurend de naam van God te
herhalen.
In
hoofdstuk acht was reeds te lezen hoe er enige
pogingen zijn gedaan om Baba te doden door hem
te vergiftigen of door zijn hut in brand te
steken.
Ook in later jaren zijn er pogingen ondernomen
om hem te doden zoals de poging om hem te
vergiftigen in 1974 en de aanslag op hem in
1993.
Vlak voor hij in maart 1974 naar Brindavan
vertrok, bood iemand in Puttaparthi hem een
geschenk aan in de vorm van voedsel. Hij wist
dat het vergiftigd was en hij wist het motief
van de dader. Deze twijfelde aan Baba's
goddelijkheid en wilde dat hij zou bewijzen dat
hij God was door de uitwerking van het vergif te
boven te komen. Zou hem dat niet lukken, dan zou
hij sterven of anders voor de rest van zijn
leven verlamd blijven. En dus dankte Baba de
schenker, nam het voedsel mee naar zijn kamer en
at het daar op.
In Brindavan aangekomen merkten enkele devotees
iets aan hem en een van hen vroeg: 'Swami, is er
iets aan de hand? U loopt zo vreemd.'
'Ik heb een beetje pijn in mijn voeten en
enkels. Niets om je druk over te maken,'
antwoordde Baba luchtig.
Ondertussen kroop de pijn in zijn benen omhoog
en raakten die steeds verder verlamd. Eerst
waren het alleen de enkels, maar al spoedig
waren zijn benen verlamd tot boven de knie en
kon hij niet meer zonder hulp lopen of staan. Om
bijvoorbeeld naar de badkamer te gaan, moest hij
op zijn handen kruipen, zijn onbruikbare benen
achter zich aanslepend. Degenen die bij hem in
huis waren, werden langzamerhand steeds
ongeruster en dr. Sunder Rao - een oogspecialist
uit Bangalore en de enige medicus onder de
aanwezigen - onderzocht hem enkele malen.
Wanneer hij met een naald in Baba's benen
prikte, bleek er geen normale reflex te volgen;
zijn benen waren volkomen gevoelloos.
'Swami,' smeekte hij, 'sta mij toe een goede
vriend uit Bangalore te bellen. Die is
neurochirurg en hij kan u misschien helpen.'
'Dat heeft geen enkele zin,' antwoordde Baba.
'Een dokter kan niets voor mij doen. Heb geduld.
Op de juiste tijd zal ik mijzelf genezen.'
In de dagen die volgden, kregen de devotees die
in de ashram aanwezig waren, in de gaten dat er
iets niet in orde was met Baba's gezondheid en
er kwam een geruchtenstroom op gang. Om hen
enigszins gerust te stellen, ging Baba zo nu en
dan voor een openstaande deur op de
bovenverdieping van zijn huis zitten schrijven,
zodat iedereen hem kon zien. Hij kon natuurlijk
geen darshan geven, lopend over het terrein, en
daarom gaf hij soms darshan vanuit een
deuropening. Hij stond daar dan schijnbaar
gewoon, maar wat de mensen niet konden zien, was
dat er aan iedere kant van hem een devotee stond
die hem ondersteunde.
De devotees bij Baba in huis wisten dat hij al
vele malen ziekten van anderen op zich had
genomen en zij vermoedden dat dat nu ook het
geval was. Daarom vertelde Baba hun op een
gegeven moment dat het hier om iets anders ging.
Hij vertelde dat iemand hem vergiftigd voedsel
had gegeven. En hij voegde daaraan toe: 'Als
deze man dit nodig heeft om tot geloof te komen,
dan zal ik hem helpen. Ik moet dus een
tijdje lijden aan de gevolgen van het vergif
zodat de dader weet dat ik het voedsel heb
opgegeten. Hij zal denken dat hij heeft
aangetoond dat ik een bedrieger ben en hij zal
verwachten dat ik sterf of dat ik blijvend
verlamd raak. Dan zal ik mijn goddelijke kracht
doen zegevieren door een ogenblikkelijke en
volledige genezing!'
Het geduld van degenen om hem heen werd flink op
de proef gesteld en sommigen begonnen hun
vertrouwen in een goede afloop te verliezen. Het
was dr. Sunder Rao die hem tenslotte een
ultimatum stelde: 'Swamiji (geliefde
Heer), als u zichzelf morgen om zes uur in de
namiddag niet hebt genezen, zal ik de
specialisten bij u brengen en zullen we beginnen
met een volledig medisch onderzoek om tot een
behandeling te komen waarop, naar wij hopen,
genezing zal volgen.'
Baba gaf geen antwoord, want zowel Rao als de
anderen wisten dat het een loos dreigement
was.
Die nacht droomde Rao dat hij water sprenkelde
op Baba's verlamde benen. Was dit een wensdroom
geweest, vroeg de dokter zich later af, of was
het een teken? Sai Baba had zichzelf immers
reeds in een eerder geval genezen door water te
sprenkelen op zijn verlamde hand en been.
De volgende dag leek zijn conditie nog verder
verslechterd. De tijdgrens van zes uur kwam en
ging voorbij, maar Rao deed geen poging om zijn
dreigement uit te voeren. Wat zou dat voor nut
hebben als Baba er toch niet mee instemde. Baba
zat in zijn stoel en iemand zette een glas vers
drinkwater op de tafel naast hem. Hij zag de
bezorgde gezichten om zich heen, dronk wat van
het water en zei: 'Ik heb er genoeg van.
Hieraan moet een einde komen.'
Iedereen keek hem vol verwachting aan. Hij
doopte zijn vingers in het glas en sprenkelde
een paar druppels op zijn rechterbeen. Toen
schopte hij het vooruit en liet het zwaaien om
te laten zien dat het weer normaal was. Er
klonken zuchten van opluchting en uitroepen van
vreugde. Voordat hij zijn linkerbeen kon
behandelen, zei Rao: 'Swami, ik heb een droom
gehad waarin ik water sprenkelde op uw benen.'
Baba knikte.
'Is het voor mij mogelijk om uw been te genezen
door er water op te sprenkelen?'
'Ja,' zei Baba, 'als ik je de kracht
geef,' en hij overhandigde hem het glas.
Rao sprenkelde enkele druppels water op zijn
been en het wonder voltrok zich. Baba schopte en
zwaaide met zijn linkerbeen, stond toen op en
liep de kamer door alsof er nooit iets mis was
geweest.
Op
de avond van zondag 6 juni 1993 drongen
omstreeks tien uur vier gewapende mannen de
tempel binnen. Op de begane grond vermoordden
zij Baba's trouwe devotees Radhakrishna en Sai
Kumar Mahajan, waarna zij naar boven gingen op
zoek naar Sai Baba. Zij drongen zijn kamer
binnen en daar werden zij door de inmiddels
gewaarschuwde politie gevonden en in een gevecht
gedood. Baba had zijn kamer even
vóór zij er binnendrongen, in
stilte verlaten.
Overigens had Sai Baba Radhakrishna die avond
nog verscheidene malen gesproken. Toen hij hem
om zeven uur beneden in de tempel aantrof, had
hij tegen hem gezegd: 'Radhakrishna, laten
wij naar boven gaan. Blijf niet hier
zitten.' Omdat hij tegensputterde, had Baba
eerst aangedrongen en toen zelfs gedaan alsof
hij erg boos op hem was en hij had hem koppig
genoemd. Vervolgens was hij alleen naar boven
gegaan. Radhakrishna was reeds 22 jaar bij Baba
en hij wist dat wat Baba zei voor zijn welzijn
was. Toen hij zich dat weer realiseerde, wilde
hij zijn gedrag goedmaken en daarom haalde hij
later op de avond in de keuken een kan karnemelk
voor Baba.
Glimlachend zei hij: 'Swami, u bent boos op mij
geweest. Drink deze karnemelk alstublieft en
bedaar.'
'Radhakrishna! Het is geen boosheid. Ik heb
alles gezegd voor jouw bestwil.'
'Swami denkt misschien dat ik ergens heen zal
gaan om met anderen te praten.' Maar Baba
antwoordde: 'Als ik dat zou denken, zou ik je
dan bij mij houden? Beslist niet. Ik twijfel
niet aan jou. Ik zeg dit voor jouw
bestwil.
Baba drinkt nooit karnemelk, maar nu dronk hij
er iets van om Radhakrishna te plezieren, maar
hij stelde een voorwaarde: 'Ik zal de
karnemelk drinken omdat jij dat graag wil, maar
je moet mij je woord geven dat je weer naar
boven komt nadat je de kan beneden in de keuken
hebt gezet.'
'Ik kom beslist weer naar boven,' antwoordde
hij.
Hij had zijn woord gegeven, maar hij kwam niet
terug en om tien uur haalde de dood hem in.
Slechte mensen doen zelf geen goede daden, maar
zij kunnen ook niet verdragen dat anderen goede
daden doen. Alles wat Sai Baba doet, is
onzelfzuchtig en bedoeld voor het welzijn van de
wereld en dat is een bron van jaloezie.
Baba zei naar aanleiding van deze aanslag:
'Vandaag de dag is de ziekte van de jaloezie
binnengedrongen in ieder terrein van handeling.
Als gevolg daarvan vinden dergelijke
afschuwelijke gebeurtenissen van tijd tot tijd
plaats. (...) Zoals honger voortkomt uit de
spijsvertering, zo komt jaloezie voort uit het
verdwijnen van edele beweegredenen. Iemand die
jaloers is, kan het niet verdragen iemand te
zien die goed is of knap en aantrekkelijk. Hij
kan het niet verdragen om te kijken naar iemand
die een goede naam verwerft of een uitstekende
positie heeft verkregen.'
En verder zei hij:
'In
de wereld van vandaag worden Sai's naam en
daden over de hele wereld bekend. Om dit op
welke manier dan ook tegen te werken en te
kleineren, nemen jaloerse mensen hun
toevlucht tot bepaalde vormen van propaganda.
Deze propaganda-acties zullen mijn reputatie
op geen enkele manier aantasten. Mijn
zuiverheid is de wezenlijke oorzaak van de
glorie van mijn naam. Het is niet te danken
aan enige vorm van publiciteit of propaganda.
Mijn allesdoordringende onbaatzuchtige liefde
is de oorzaak. Niemand kan deze zuivere
liefde aantasten. Ik ben niemand vijandig
gezind. Swami heeft niemand kwaad gedaan. Hoe
kan iemand Swami kwaad doen? Het is
onmogelijk.'
Sinds
deze gebeurtenis zijn de veiligheidsmaatregelen
in de ashram in opdracht van de overheid
verscherpt. Zo zijn er metaaldetectors -
poortjes - geplaatst bij de ingang van het
tempelplein en wordt men daar door vrijwilligers
gefouilleerd. Bovendien woont Baba sedertdien
niet meer in de tempel, maar in een kamer van
het daartoe verbouwde Poornachandra
Auditorium.
De pogingen die in de loop der jaren zijn gedaan
om Sai Baba te doden, hadden met name tot doel
hem te ontmaskeren als een bedrieger.
Er is echter ook een wetenschapper
(19)
die een studie heeft gemaakt van zijn wonderen
en daaraan een heel boek heeft gewijd. Zijn -
typisch wetenschappelijke - conclusie luidde dat
hij geen bewijs had gevonden dat Baba zich aan
bedrog zou schuldig maken.
Ook de beroemde Amerikaanse goochelaar Doug
Henning heeft zich verdiept in zijn wonderen.
Hij concludeerde dat hij met een goede
voorbereiding de meeste van de wonderen zou
kunnen nadoen - door middel van vingervlugheid.
Maar hij gaf toe dat geen enkele goochelaar op
verzoek van iemand uit het publiek onmiddellijk
ieder gewenst voorwerp tevoorschijn zou kunnen
halen.
Ook
kranten en tijdschriften en radio en televisie
hebben in de loop der tijd veel aandacht besteed
aan Baba's doen en laten en het was deze media
daarbij bepaald niet altijd te doen om zijn taak
te ondersteunen. Vaak gaat het bij de
medewerkers van deze media om sensatie en geld.
Sommige mensen vallen Baba aan om zelf in de
belangstelling te komen, zoals de man die hem
ooit via de roddelpers uitdaagde voor een
wedstrijd in het verrichten van wonderen. En
sommigen keren zich tegen hem met bitterheid en
wrok omdat zij niet de wereldse gunsten van hem
krijgen die zij wensen.
Veel ophef ontstond er naar aanleiding van het
krantenartikel dat op Baba's verjaardag in 1992
verscheen in de Deccan Chronicle in
Hyderabad. De kop op de voorpagina luidde: DD
tape unveils Baba magic, en in het artikel
werd beweerd dat op een film, gemaakt door de
Indiase televisie (Doordarshan, DD) tijdens een
belangrijke gebeurtenis in Hyderabad op 29
augustus, te zien was hoe Baba stiekem een
gouden ketting van een assistent aanpakte, een
cirkelende beweging met zijn hand maakte en
vervolgens deze ketting zogenaamd
materialiseerde. Volgens de krant zou de ketting
hem in handen zijn gespeeld op het moment dat de
betreffende assistent hem een grote beker op een
houten voetstuk overhandigde. Verder zei de
krant dat er volgens betrouwbare bronnen tot op
het hoogste niveau pogingen waren ondernomen om
alle kopieën van deze film te vernietigen.
Maar de moederband zou nog aanwezig zijn in het
archief van de DD. De Deccan Chronicle
had de hand kunnen leggen op een kopie en
publiceerde vijf foto's van zeer slechte
kwaliteit, afkomstig uit de betreffende film,
waaruit het bedrog zou moeten blijken.
De gebeurtenis waarover de krant sprak, betrof
de inwijding van een grote feestzaal in
tegenwoordigheid van een groot aantal
hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de
toenmalige eerste minister van India, Sri P.V.
Narasimha Rao. Op een gegeven moment pakte Baba
de beker aan van zijn assistent. Omdat deze
nogal zwaar was, bleef de assistent hem ook
vasthouden en samen overhandigden zij de beker
aan de architect van het gebouw. De gouden
ketting zou Baba zijn overhandigd op het moment
dat zijn linkerhand de rechterhand van zijn
assistent onder de beker zou hebben aangeraakt.
Nadat zij de beker aan de architect hadden
overhandigd, zou hij de ketting van zijn
linkerhand hebben overgenomen in zijn
rechterhand, een draaiende beweging hebben
gemaakt en de ketting tevoorschijn hebben
gehaald. De ketting was bestemd voor de
architect en Baba heeft hem om diens nek
gehangen.
Naar aanleiding van het artikel ontving de krant
meer dan tweehonderd brieven van lezers. Sommige
schrijvers feliciteerden de krant met de
ontmaskering van een bedrieger, andere stelden
dat men toch respect voor Baba moest hebben
omdat hij zoveel goede dingen voor de
samenleving deed. Er waren ook schrijvers die op
grond van de gepubliceerde foto's stelden dat
daarop helemaal niets te zien was wat zou wijzen
op het overhandigen van een voorwerp en die zich
bovendien afvroegen hoe het dan zat met al die
andere wonderen die Baba deed. Een van de
briefschrijvers meende zelfs dat de krant de
foto's met opzet zo vaag had gemaakt om Baba
vals te kunnen beschuldigen en dat de film
wellicht het resultaat was van zorgvuldige
montage met hetzelfde doel.
Inmiddels is de film door verscheidene
deskundigen met behulp van allerlei apparatuur
bestudeerd en is gebleken dat er geen sprake is
van het overhandigen van een ketting.
Dit verhaal heeft niet tot doel om Sai Baba te
verdedigen, maar om duidelijk te maken dat men
niet alles direct moet geloven wat er over hem
gezegd wordt. De informatie uit het artikel in
de Deccan Chronicle is zonder verder
onderzoek door een groot aantal kranten en
tijdschriften overgenomen en zo hebben miljoenen
mensen kennis kunnen nemen van deze tekst. Voor
Sai Baba zijn lof en blaam hetzelfde; zij hebben
geen invloed op hem [*].
Maar devotees kunnen in de war raken en gaan
twijfelen als gevolg van dergelijke verhalen. En
daarom zegt Baba: 'Kom, zie, ervaar,
onderzoek en geloof dan!'
Achter
de middelbare scholen buiten de ashram ligt het
Hillview Stadium en tegenwoordig wordt daar
ieder jaar in januari een grote
sportmanifestatie gehouden waaraan zeer vele
studenten deelnemen. Zij doen dat omdat zij
denken dat zij Baba daarmee gelukkig maken. Maar
maken zij hem gelukkig wanneer zij bijvoorbeeld
hun moed tonen door door een ring van vuur te
springen of van een met hoge snelheid rijdende
vrachtwagen af te springen? Baba zegt dat hij
pas werkelijk gelukkig is wanneer alle studenten
veilig en ongedeerd zijn en het publiek blij en
tevreden is met hun verrichtingen! Toch zit er
ook in deze sportwedstrijden een les. In de
samenleving wordt meestal de nadruk gelegd op
het wedstrijdelement, op wedijver en op winnen,
het strijden van school tegen school, van
leerling tegen leerling. Maar Baba vindt de
manier waarop winnen of verliezen wordt aanvaard
veel belangrijker dan het werkelijke resultaat.
Hij vraagt daarom altijd aan de winnaars om de
verliezers te bedanken, want wanneer de
verliezers meer hun best hadden gedaan, hadden
zij gewonnen en de huidige winnaars zouden geen
prijzen hebben gekregen.

Net
als andere jaren was het ook in 1999 de
bedoeling dat studenten van de lagere en
middelbare scholen en van de universiteit in
Prasanthi Nilayam aan de sportmanifestatie
zouden deelnemen, evenals studenten van enkele
colleges. Toen Baba in december uit Brindavan
vertrok, instrueerde hij het hoofd van het
college daar om de jongens niet naar de sportdag
te laten gaan. Terug in Prasanthi zei hij tegen
de rector van de universiteit dat hij er geen
bezwaar tegen had als de jongens zouden
deelnemen aan verschillende takken van sport en
spel zoals badminton, tennis en volleybal, maar
tegelijkertijd waarschuwde hij hem om zich ervan
te verzekeren dat tijdens het voor de elfde
januari voorziene programma niemand van de
deelnemers of het publiek letsel zou oplopen. De
rector bracht Baba's woorden over aan de
studenten die vol liefde bezig waren met het
samenstellen van het programma, maar deze namen
zijn woorden niet al te ernstig. Baba wist dat
er gevaar dreigde, maar hij voelde ook dat het
op dat moment geen zin had om hun advies te
geven. Pas wanneer zij geconfronteerd zouden
worden met de nasleep van hun ongehoorzaamheid
aan zijn bevel, zouden zij de waarde van zijn
woorden gaan beseffen.
Op de ochtend van de elfde werd Baba het stadion
binnengereden in een tot praalwagen omgetoverde
grote, met zilverbeslag versierde open auto. Hij
zat achterin op een hoge zetel, die voorzien was
van een baldakijn. Onmiddellijk zag hij twee
vrachtwagens staan waaroverheen grote stellages
waren gemonteerd. Enkele jongens zouden daarop
acrobatische toeren verrichten. Hij wist dat een
van de stangen niet goed was vastgemaakt en op
het punt stond het te begeven. Als dat zou
gebeuren, zouden de jongens zwaar hoofd- en
rugletsel oplopen. Hij wilde dat zij gered
zouden worden en hij besloot dit ongeval op zich
te nemen.
Hij zei tegen de oudere devotee die de wagen
bestuurde, dat hij moest stoppen. Dat deed hij.
Maar juist toen Baba de rector wilde aanspreken,
haalde de chauffeur per ongeluk zijn voet van de
koppeling. De auto schokte en Baba viel in de
wagen. Hierbij verwondde hij zijn hoofd, zijn
hand en zijn ruggengraat. Omdat hij wist dat er
onrust zou ontstaan wanneer hij bleef liggen,
stond hij meteen op, zonder acht te slaan op de
pijn, en begon te wuiven naar de devotees. De
pijn was intens en de snee in zijn hand was zo
diep dat het leek alsof er een mes doorheen was
gegaan. De mouw van zijn kafni was niet
gescheurd en daardoor had niemand in de gaten
wat er aan de hand was.
Gehechtheid aan het lichaam is menselijk;
volledige onthechting is goddelijk. Gehechtheid
aan het lichaam is de oorzaak van alle lijden en
ellende. Het is voor God volstrekt onbelangrijk
of zijn lichaam lijdt aangezien Hij er op geen
enkele wijze aan gehecht is. Alles wat zijn
lichaam overkomt, is voor het welzijn van de
wereld.
Maar nu bevond Baba zich in een lastige
situatie. Hij moest het podium oplopen zonder
dat men zijn verwondingen zou opmerken. Hij
slaagde daarin en ging op zijn plaats zitten.
Intussen was de dhoti onder zijn lange gewaad
met bloed doordrenkt geraakt en daarom stond hij
op en liep voorzichtig naar de toiletruimte.
Nadat hij het bloed zo goed mogelijk had
opgedept met de aanwezige handdoeken, besloot
hij deze te wassen. Wanneer hij de met bloed
bevlekte handdoeken zou achterlaten, zou iemand
ze kunnen vinden en zich gaan afvragen wat er
aan de hand was. Hoewel de pijn ondraaglijk was,
waste hij de handdoeken met zeep, wrong ze uit
en hing ze op om te drogen. In korte tijd ging
hij wel vijf of zes keer naar de toiletruimte om
zijn lichaam te verzorgen en dat verbaasde
enkele jongens. Hij wimpelde hun vragen echter
af.
Toen hij opstond om de vlag te hijsen, stond hij
te wankelen, maar niettemin liep hij glimlachend
naar voren. De wedstrijden namen een aanvang en
iedere keer wanneer een groep gewonnen had,
wilden zij met Baba op de foto. Omdat hij
niemand wilde teleurstellen, moest hij dus
gedurende de volgende vijf uren vele malen
opstaan en het speelveld oplopen.
Na afloop van de manifestatie ging hij terug
naar de tempel. De chauffeur van de auto maakte
van de gelegenheid gebruik om hem aan te
spreken.
'Swami, het spijt mij ontzettend dat u door mijn
schuld bent gevallen. Ik hoop niet dat u zich
pijn heeft gedaan.'
'Waarom maak je je zorgen over het
verleden?' antwoordde hij. 'Voorbij is
voorbij. Ik ben gelukkig. Maak je over mij niet
bezorgd.'
Na de lunch begonnen zijn wonden weer te
bloeden. Hij ging naar het toilet, maar juist
toen hij bezig was met het opdeppen van het
bloed, kwam Indulal Shah binnen.
'Swami, wat is er aan de hand?' riep deze
uit.
Terwijl Baba hem zijn verwondingen toonde, zei
hij liefdevol:
'Indulal Shah, alles wat met het lichaam
moest gebeuren, is gebeurd.'
De andere aanwezigen, die op het gerucht waren
afgekomen, schreeuwden het uit van verdriet toen
zij overal bloed zagen.
Baba hief een hand op om hen tot kalmte te manen
en zei: 'In het vervolg zal ik niets meer
laten merken als jullie je verdriet op deze
wijze tonen.'
Alles wat op deze dag was voorgevallen, was
geheel overeenkomstig Baba's wil. Noch de
studenten, noch de chauffeur waren ervoor
verantwoordelijk. Zoals hij wel vaker deed, had
hij het lijden overgenomen van een devotee.
In de dagen erna vroegen studenten die niets van
het gebeurde wisten, hem geregeld waarom hij zo
langzaam liep. Hij zei dan bijvoorbeeld met een
lach: 'Er is niet genoeg ruimte voor mij om
te rennen. Was die er wel, dan zou ik ook bereid
zijn om te rennen.'
Enkele dagen later vertelde Baba dit hele
verhaal in een toespraak en in diezelfde
toespraak zei hij: 'Ik heb dit lijden alleen
ten behoeve van jullie op mij genomen en in
antwoord op jullie gebeden heb ik besloten mij
nu ter wille van jullie te genezen.' En zo
geschiedde het.
Uit dit verhaal blijkt eens temeer dat Sai Baba
liefde is en dat hij tot het uiterste gaat om
zijn devotees te beschermen. Bovendien zegt hij
dat er tegenover elke daad van genade die aan
ons bekend is, duizenden andere zijn waarvan wij
geen weet hebben!