Door webmaster Vahini.org
i.s.m. met De Orde van de Tijd

 

Geweldloosheid en Vegetarisch Delen:
Het
Filognostisch Dieet

Voedsel waar zij die in goedheid verkeren de voorkeur aan geven,
verlengt de levensduur, zuivert iemands wezen,
schenkt kracht, gezondheid, geluk en bevrediging en is sappig, rijk, volwaardig
en het hart een genoegen.

Krishna - (B.G. 17:8)

Inhoud:

1 Inleiding
2 Definities van soorten vegetariërs
3 Diepere betekenis
4 Argumenten om vegetariër te worden
5 Gezondheid en Voeding
6 Biochemie van het filognostisch dieet
7 Economie
8 Ethiek
9 Vegetarisch zijn en de Wereldreligies
    
9.1 Christendom
    
9.2 Islam
    
9.3 Boeddhisme
    
9.4 De Vedische Geschriften
10 Citaten
   
 10.1 Quotes uit de Krishna Bijbel (S'rîmad Bhâgavatam of Bhâgavata Purâna)
   10.2 Bhagavân S'rî Sathya Sai Baba
    
10.3 Hazrat Inayat Khan
    
10.4 De Yoga-sûtra's van Patañjali
11 Karma
12 Voorbij het 'vegetarisch zijn'
13 Partij voor de Dieren
14 Milieudefensie start burgerinitiatief voor einde bio-industrie
15 Filognosie en Vegetarisch delen en waar een goed vegetarisch dieet aan moet voldoen
16 Een volwaardig recept voor een gezonde vegetarische (feest)-maaltijd
17 Wist u dat?
18 Waarden, Principes en Filognosie
19 Voetnoten/Referenties
20 Geraadpleegde Literatuur - Links

1 Inleiding

Geweldloosheid of mededogen: principiële afwijzing van alle niet-noodzakelijk geweld als middel om enig doel te bereiken. In het Sanskriet heet het ahimsâ, hetgeen staat voor geweldloosheid (mededogen), niets verwonden, onschadelijk zijn, veiligheid en zekerheid. Als je iets doet dat én positief is voor jezelf, én voor elk ander, én voor de omringende wereld, dan ben je geweldloos bezig. Geweldloosheid (mededogen) is ook de "wet der liefde" leren beoefenen. Geweldloosheid is verder:

- geen ontplooiings-mogelijkheden onthouden, niet misbruiken, niet beschadigen (ook je tong leren beheersen), niet exploiteren, niet vervuilen, niet vernielen.

- psychologisch-structureel/fysiek geweld: niet verwonden, niet martelen, niet doden.

- niet de tradities en structuren van de samenleving aantasten; bescherming van het milieu (dieren, planten, mineralen; materie; kosmos). De mensheid leeft onder de schaduw van een reusachtige toename van de productie van vernietigings-wapens. Een verspilling van jaarlijks 1500 miljard gulden, die anders gebruikt zouden kunnen worden om de fundamentele behoeften van de mensheid te helpen lenigen. Zie ook de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Bij een geweldloze levensstijl hoort dus ook het niet onnodig van geweld zijn tegen de natuur in het algemeen en tegen dieren in het bijzonder en dat je dus een vegetariër bent, iemand die geen vlees eet. Het woord vegetariër stamt van het Latijnse woord vegetus, dat "ongeschonden", "gezond", "vers" of "vol leven" betekent, zoals bijvoorbeeld in homo vegetus (een mentaal en fysiek krachtig persoon). De oorspronkelijke betekenis van het woord suggereert een filosofisch en moreel uitgebalanceerde levenshouding.

Vegetarisme: het hygiënisch vegetarisme heeft als grondslag het geloof dat men met het eten van dierlijk voedsel zichzelf dierlijke eigenschappen bezorgt, terwijl het ethisch vegetarisme bezwaar heeft tegen het (doen) doden van dieren.

Vegetariër: eet geen vlees, geen vis en geen gevogelte. Strikt genomen eten vegetariërs ook geen dierlijk stremsel (verwerkt in de meeste soorten kaas) en geen gelatine (o.a. in yoghurt) dat wordt gemaakt van de botten van dieren, en geen eieren.

Veganisme: leer, levenswijze van vegetariërs die geen dierlijke voedingsmiddelen consumeren en ook andere dierlijke producten (als leer, wol, zijde e.d.), voor zover praktisch haalbaar, niet gebruiken.

 Vecht niet tegen de ander met illusies, maar tegen illusies met de ander.
Aadhar
2 Definities van soorten vegetariërs

- Lacto-vegetarisme: de meest voorkomende vorm; een vorm van vegetarisme waarbij men wel melkprodukten, maar geen eieren gebruikt. Voor de productie van eieren worden veel mannetjeskuikens met de shredder vernietigd. Men moet goed letten op de eiwitinname: granen, bonen, noten en kaas. De meeste vegetariërs in India en in het Middellandse Zeegebied.

- Vedisch-vegetarisme: geen vlees, vis, ei, ui, knoflook, champignons, koffie, zwarte thee en chocolade [Vedisch: alles aangaande de geestelijke kennis van de Veda's en literatuur in navolging ervan (Upanishad's, Purâna's, Itihasa's)].

- Ovo-vegetarisme: een vorm van vegetarisme waarbij men wel eieren, maar geen melkproducten gebruikt.

- Lacto-ovo-vegetarisme: een vorm van vegetarisme waarbij men zowel melkproducten als eieren gebruikt.

- Vis-vegetarisme: men eet als een lactovegetariër, maar dan ook vis, in feite zijn dit geen echte vegetariërs omdat ze dus gewoon koudbloedige dieren wel eten.

- Veganisme: een vorm van vegetarisme waarbij geen enkele vorm van dierlijk voedsel wordt gegeten en ook geen leerproducten worden gebruikt. Deze mensen moeten goed denken aan hun vitamine B12 en plastic of linnen schoenen dragen. Moeten lijnzaadolie nuttigen voor hun essentiële vetzuren.

- Flexitariër of parttime vegetariër: de vegetariër die ook vlees eet. Kookt minimaal vier keer per week een vegetarische maaltijd, niet uit principe, maar omdat het gezond zou zijn. De Hollandse reden om vlees te laten staan heeft minder met gezondheid, en meer met het milieu en dierenwelzijn te maken. Als buiten de deur gegeten wordt kiest men gemakshalve voor een vleesgerecht. 'Met de hoeveelheid water die nodig is om een biefstuk te produceren kan je 1300 keer douchen. Eén keer per week geen vlees eten betekent dat er twee hele dieren per jaar minder worden geslacht. Japanse wetenschappers berekenden dat één kilogram rundvlees net zoveel energie verbruikt als drie uur autorijden, terwijl thuis alle lichten blijven branden.' Vegetariërs wegen over het algemeen minder, hun cholesterol daalt aanzienlijk, diabetespatiënten kunnen toe met minder medicijnen en vegetariërs leven ruim 3,5 jaar langer dan niet-vegetariërs. 'Principieel geen vlees eten is voor veel mensen gewoon te moeilijk. Flexitariër zijn is een goed alternatief.' (bron: Volkskrant 21-10-07).

- Alleen fruit: is de meest extreme vorm van vegetarisme. Mensen die enkel fruit eten respecteren niet alleen het leven van dieren, maar ook van bomen en planten. Daarom eten ze (in het meest extreme geval) slechts fruit en noten, omdat de boom of plant daarbij in leven blijft en fruit en noten zijn bedoeld als voedsel. Deze mensen moeten voedingssupplementen gebruiken om geen tekorten te krijgen want alleen fruit is te eenzijdig. In de natuur worden chimpansees b.v. die alleen fruit en bladeren eten na een paar dagen agressief en doden ze een andere aap om die op te eten voor hun eiwitten en vitaminen. Mensen hebben vrijwel dezelfde spijsvertering als de apen. Gorillas die zuiver plantaardig zijn b.v. moeten de hele dag maar dooreten en aan stenen likken e.d. om toch nog hun noodzakelijke mineralen en andere voedingsstoffen bij elkaar te krijgen.  

 

3 Diepere betekenis

De meeste vegetariërs zijn mensen die begrepen hebben dat we om bij te dragen aan een meer vreedzame samenleving eerst het probleem van het geweld in onszelf moeten oplossen. Het is daarom niet verbazingwekkend dat duizenden mensen van verschillende levenswandel op zoek naar de waarheid vegetariër geworden zijn. Vegetariër zijn is een essentiële stap in de richting van een betere samenleving, en mensen die de moeite nemen om over de voordelen ervan na te denken, bevinden zich in het gezelschap van grote persoonlijkheden als Pythagoras, Socrates, Plato, Clemens van Alexandrië, Boeddha, Leonardo da Vinci, Koning Âs'oka (273 BC-232 BC), Jezus Christus, Mohammed, S'ri Caitanya Mahâprabhu, Montaigne, John Milton, Thomas Moore, Isaac Newton, Voltaire, Benjamin Franklin, Jean Jacques Rousseau, Henry David Thoreau, Leo Tolstoy, George Bernard Shaw, Bhagavân S'ri Sathya Sai Baba, A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupâda (zie ook Prabhupâda en de franse priester over vegetarisme - "slaughterhouses must be stopped"), Bhagwan Shree Rajneesh, Albert Einstein, Rabindranath Tagore, Mahatma Gandhi, Henriette Roland Holst, Albert Schweitzer, Wouter J. Bos, Rudolf Steiner en vele anderen.

Planten zijn de enige levende wezens in staat hun eigen voedsel voort te brengen.

4 Argumenten om vegetariër te worden

- Het wereldvoedselprobleem: het voedsel dat nu gebruikt wordt voor de groei van dieren (lees: de vleesproductie) kan efficiënter aangewend worden om de honger te bestrijden. Een dier eet vele malen meer voedsel dan het via de slacht uiteindelijk zal opleveren. Men kan dus vegetariër worden uit solidariteit met de hongerende medemens.

- De zorg voor het milieu (lucht, bodem, water): voor de productie van plantaardig voedsel is minder landbouwgrond nodig dan voor vleesproductie. Het mestoverschot (ammoniak) en de gebruikte medicijnen belasten het milieu.

- Medeleven met dieren: dit motief kan voortkomen uit een afkeer van de bio-industrie of bezwaar tegen het doden van dieren.

- Religieuze of spirituele redenen: mededogen met alle levende wezens als basis voor gelijkheid, vrede en geestelijke gezondheid. Volgens de gouden regel doet men een ander wezen niet aan wat men niet zelf wil ondergaan. Het belang van de ander als dat van jezelf te herkennen is de basis voor de verbondenheid, het mededogen en de naastenliefde in God. De basis ervoor stamt uit de vedische cultuur waarin ahimsa de basis vormt voor de verzaking (yama) in de yogafilosofie. Later drong dit o.a. door in de christelijke kloosterregel van Benedictus. Vegetarisme vormt de spirituele basis van alle grote wereldreligies. Monnikken van alle religies beoefenen het als een basisprincipe in spirituele zelfrealisatie. Het vormt een basisvoorwaarde voor stabiliteit in geestelijke vereniging; alleen door geweldloosheid (mededogen), niets verwonden en onschadelijk zijn te bereiken en al het onnodig destructieve en onrechtvaardige af te wijzen is er veiligheid, zekerheid en voorspoed mogelijk in het individuele en sociale leven (zie verder hieronder over religies apart). Deze uitleg leidt tot een vegetarisch dieet.

- Redenen van menselijke gezondheid: sommige studies beweren dat vegetariërs gezonder zijn en langer leven dan vleeseters. Andere studies weerleggen dit. Ook zijn er studies die erop wijzen dat de consumptie van vis en gevogelte gezonder is dan die van wild, rund- en varkensvlees. Er zijn ook studies die bewijzen dat vegetariërs minder kans hebben op sommige vormen van kanker (soms zelfs tot 50% minder kans) en hartklachten. Ook verlaagt een vegetarisch dieet de kans op galstenen, nierstenen en osteoporose.

- De smaak: sommige mensen hebben een afkeer van vlees of kunnen de smaak ervan niet verdragen.

 

Why be Vegetarian?

 

5 Gezondheid en Voeding

Kan een vegetarisch dieet de gezondheid verbeteren of herstellen? Voorstanders van het vegetariër zijn hebben al jarenlang "ja" op deze vraag geantwoord, maar men kreeg in eerste instantie maar weinig steun van de wetenschap. Nu hebben medische onderzoekers echter bewezen dat er verband bestaat tussen het eten van vlees en dodelijke ziekten als hartkwalen en kanker. Sindsdien wordt het vegetariër zijn met andere ogen bekeken. 1)

Vanaf de jaren zestig hadden wetenschappers al het vermoeden dat een op vlees gebaseerd dieet op een of andere manier verband hield met de ontwikkeling van arteriosclerose (aderverkalking) en hartziekten. In 1961 stond er in het Journal of the American Medical Association dat: "Negentig tot zevenennegentig procent van de hartziekten voorkomen kan worden door een vegetarisch dieet." 2)

Sinds die tijd hebben verscheidene wetenschappelijke studies aangetoond dat het eten van vlees, nà het gebruik van alcohol en tabak, de voornaamste doodsoorzaak is in West-Europa, de Verenigde Staten, Australië en andere welvarende gebieden in de wereld. 3)

Het menselijk lichaam is niet in staat de zeer grote hoeveelheid dierlijk vet en cholesterol te verwerken. 4)

Een opiniepeiling onder 214 wetenschappers die in drieëntwintig landen onderzoek deden op het gebied van arteriosclerose (aderverkalking), liet zien dat ze bijna unaniem van mening waren dat er een verband bestaat tussen het dieet, het cholesterolgehalte en hartziekten. 5)

Dr. Ir. R.J.J. Hermus, wetenschappelijk medewerker aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen en adviseur van de Hartstichting, verklaarde in dit verband: "Wij zijn het er als voedingsdeskundigen nu langzamerhand unaniem over eens, dat een min of meer vegetarische leefwijze het enige en beste cholesterolverlagende dieet is. En minder cholesterol in het bloedserum betekent minder kans op vaatvernauwing en het gevreesde hartinfarct. Een vegetarische voedingswijze zou ons dus na korte tijd al van welvaartsziekte nummer één kunnen afhelpen." 6)

Ook hebben wetenschappers aan de Universiteit van Milaan en het Academisch ziekenhuis van Maggiore aangetoond, dat plantaardige eiwitten goed zijn om het cholesterolgehalte laag te houden. In een verslag in het Engelse medische tijdschrift The Lancet concludeert D.C.R. Sirtori, dat "mensen die een dusdanig hoog cholesterolgehalte hebben dat het hartkwalen zou kunnen veroorzaken, beslist baat kunnen hebben bij een dieet waarvan de eiwitten uitsluitend afkomstig zijn uit groenten." 7)

Hoe zit het dan met kanker? Wetenschappelijk onderzoek van de laatste twintig jaar wijst duidelijk op een verband tussen het eten van vlees en kanker van de dikke darm, de endeldarm, de baarmoeder en de borst. Deze vormen van kanker komen veel minder voor bij mensen die nauwelijks of geen vlees eten, zoals de Japanners (die weer meer frequent andere vormen van kanker als slokdarmkanker krijgen door gerookte vis en alcohol) en Indiërs. Deze vormen van kanker komen echter veel voor onder bevolkingsgroepen die een grote hoeveelheid vlees eten. 8)

Een ander artikel in The Lancet deelt ons mee: "Mensen met een relatief groot aantal gevallen van darmkanker, leven over het algemeen op een dieet dat veel vet en dierlijke eiwitten bevat. Mensen die in gebieden wonen waar het aantal gevallen kleiner is, leven echter op een dieet dat grotendeels vegetarisch is, met weinig vet of dierlijke producten." 9)

Rollo Russel zegt in zijn Notes on the Causation of Cancer: "Ik heb ontdekt dat negentien van de vijfentwintig landen waar veel vlees gegeten wordt een hoog kankercijfer hadden en maar één een laag cijfer. Van de vijfendertig landen waar weinig of geen vlees gegeten werd, had er niet één een hoog cijfer."

Waarom lijken vleeseters veel vatbaarder te zijn voor dit soort ziekten? Een algemene reden die door biologen en voedingsdeskundigen gegeven wordt, is dat het darmkanaal van de mens gewoon niet geschikt is om vlees te verteren. Vleesetende dieren hebben een kort darmgestel (zo'n driemaal de lichaamslengte), zodat ze het ontbindende, gifproducerende vlees snel uit het lichaam kunnen werken. Aangezien plantaardig voedsel veel minder snel rot dan vlees, hebben planteneters een darmgestel van minstens zesmaal de lengte van hun lichaam. De mens heeft een lang darmgestel, zoals een herbivoor. Als hij vlees eet, kunnen de gifstoffen de nieren dus overbelasten, wat tot jicht, artritis, rheumatisme, kanker en vele andere ziekten kan leiden. 10)

Daarnaast zijn er nog de chemicaliën die aan het vlees worden toegevoegd. Zodra een dier geslacht is, begint het vlees te rotten en na enige dagen krijgt het een ziekelijke, grijsgroene kleur. De vleesindustrie verbergt dit door allerlei nitraten, nitrieten en andere conserveringsmiddelen aan het vlees toe te voegen, zodat het een "aantrekkelijke" rode kleur krijgt. Onderzoek heeft echter aangetoond dat veel van deze conserveringsmiddelen kankerverwekkend zijn. 11)

Wat de zaak verergert is de enorme hoeveelheid chemicaliën die aan het slachtvee gevoerd wordt. Gary en Steven Null wijzen ons in hun boek Poisons in Your Body op feiten waardoor men zich nog wel eens zou bedenken, voordat er weer biefstuk of speklap wordt gekocht. "De dieren worden in leven gehouden en vetgemest door een voortdurende toediening van verschillende kalmeringsmiddelen, antibiotica, hormonen en nog zo'n 2700 andere medicijnen. Deze behandeling begint al voor de geboorte en gaat door tot lang na de dood van het dier. Hoewel deze medicijnen nog steeds in het vlees aanwezig zijn als u het eet, verlangt de wet niet dat ze op de verpakking worden vermeld."

Het is vanwege dit soort bevindingen dat de American National Academy of Sciences in 1983 heeft vastgesteld, dat mensen de meeste vormen van kanker zouden kunnen voorkomen door minder vlees te eten en meer groenten en granen. 12) Is het menselijk lichaam er dan niet op gebouwd om vlees te eten? Hebben we dan geen dierlijke eiwitten nodig? Het antwoord op beide vragen is "nee". Hoewel antropologen en historici zeggen dat de mens historisch gezien een omnivoor (alleseter, zowel plantaardig als dierlijk voedsel) is, laat onze anatomische uitrusting - gebit en spijsverteringssysteem een voorkeur zien voor een vleesloos dieet. De American Dietetic Association heeft vastgesteld dat "het grootste deel van de mensheid voor het grootste deel van de geschiedenis op een vegetarisch of overwegend vegetarisch dieet heeft geleefd." Sinds die tijd heeft het lichaam van de mens zich niet aangepast aan het eten van vlees. De Zweedse wetenschapper, Karl von Linne, verklaarde: "Als we de lichaamsbouw van de mens, zowel inwendig als uitwendig, met die van een dier vergelijken, dan blijkt dat zijn natuurlijke voedsel dient te bestaan uit groenten en vruchten." Het nu volgende schema vergelijkt de anatomie van de mens met die van herbivore en carnivore dieren en laat duidelijk zien dat dit inderdaad het geval is.

Grassen zijn de enige, grootste bron van rijkdom op aarde.


Wat het probleem van de eiwitten betreft kan het volgende worden gezegd: De dagelijkse hoeveelheid eiwitten die 20 jaar geleden officieel aanbevolen werd is gedaald van 150 gram naar 45 gram, de hoeveelheid die op dit moment geldt. Waarom? Omdat betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek over de gehele wereId aangetoond heeft dat we helemaal niet zo veel eiwitten nodig hebben en dat de feitelijke behoefte niet meer bedraagt dan 30 tot 45 gram per dag. Het eten van meer eiwitten dan we dagelijks nodig hebben is niet alleen een verspilling, maar kan in feite heel schadelijk zijn voor het lichaam en wordt zelfs gezien als de oorzaak van ziekten als kanker en hartkwalen. Om 45 gram eiwit per dag uit uw dieet te halen hebt u beslist geen vlees nodig; die kunt u uit een 100% vegetarisch dieet halen, dat bestaat uit allerlei soorten granen, groenten, bonen, noten en fruit. Melkprodukten, granen, bonen en noten zijn stuk voor stuk geconcentreerde eiwitbronnen. Kaas, pinda's en linzen bevatten meer eiwitten per 100 gram dan hamburgers, varkensvlees of biefstuk (zie vitaminentabel). 13)

Toch dachten voedingsdeskundigen tot voor kort dat alleen vlees, vis, eieren en melkprodukten volwaardige eiwitten bezaten (d.w.z. die de acht aminozuren bevatten die niet in het lichaam geproduceerd worden), en dat alle plantaardige eiwitten niet in staat waren volwaardige eiwitten te verschaffen (omdat er een of meerdere van deze aminozuren aan ontbreken). Onderzoek aan het Max Planck Instituut in Duitsland en het Karolinska Instituut in Zweden heeft echter uitgewezen dat de meeste soorten groenten, fruit, zaden, noten en granen gecombineerd in een dieet uitstekende bronnen voor de lichaamseigen aanmaak van volwaardige eiwitten zijn. In feite zijn deze "onvolwaardige" eiwitten gemakkelijker op te nemen dan de volwaardige eiwitten die in vlees zitten. Het is bijna onmogelijk om een gebrek aan eiwitten te krijgen als voldoende gevarieerd natuurlijk, ongeraffineerd voedsel wordt genoten. Het plantenrijk is de ware bron van alle eiwitten. Vegetariërs eten het alleen "rechtstreeks". 14)

Een teveel aan volwaardige eiwitten in het dieet vermindert zelfs de hoeveelheid energie in het lichaam. Aan de universiteit van Yale heeft men een reeks vergelijkende proeven gedaan met betrekking tot dieet en uithoudingsvermogen. Vegetariërs bleken het twee keer zo goed te doen als vleeseters. Toen de hoeveelheid eiwitten van de niet-vegetarische groep met 20% naar beneden werd gebracht, ging hun prestatievermogen met 33% omhoog. 15)

Bovendien heeft ook een groot aantal andere onderzoeken uitgewezen dat een goed uitgebalanceerd vegetarisch dieet meer energie geeft dan vlees. Een onderzoek aan de universiteit van Brussel heeft aangetoond dat vegetariërs lichamelijke oefeningen twee tot drie keer vaker konden uitvoeren dan vleeseters zonder erg moe te worden, en dat de vegetariërs vijf keer zo snel van hun moeheid herstelden.

'Al het vlees is gras' - zelfs steenkool en petroleum is plantenleven uit het verleden.

6 Biochemie van het filognostisch dieet

Dat we honger krijgen van een vegetarisch dieet, en er zelfs emotionele instabiliteit mee kunnen ervaren, wordt veroorzaakt door een slechte samenstelling. Men moet, als men filognostisch is, d.w.z. van de kennis houdt, bij het dieet steeds, meer dan bij een vleesmaaltijd, denken aan voldoende variatie en dosering zodat men niets tekort komt of teveel krijgt. D.w.z.:

1) Men moet denken aan de complementariteit van de onvolwaardige plantaardige eiwitten, zodat, gedurende een etmaal (niet persé voor iedere maaltijd), steeds granen en bonen in combinatie moeten worden gegeten, zodat het lichaam voor zijn eigen synthese van lichaamseigen hoogwaardig eiwit uit die onvolwaardige eiwitten voldoende bouwstoffen kan betrekken.

2) Daarnaast moet men goed denken aan de vitaminen, met name B12, aanwezig in melkproducten en zeewier. Het is door een tekort aan deze vitamine, die verantwoordelijk is voor een goed functionerend zenuwstelsel, dat men honger kan krijgen (men kan maximaal een maand zonder).

3) Verder moet men denken aan zijn essentiële (d.w.z levensnoodzakelijke, niet zelf aan te maken) vetzuren, omega drie en zes ("vitamine F"), nodig o.a. voor de opbouw van het kraakbeen. Visolie is niet geschikt voor de vegetariër die geen vis eet. De vegetariër moet dan iedere dag lijnzaadolie (een à twee eetlepes door het toetje heen) en/of een stevige boterham met (vegetarische) kaas per dag eten.

4) Punt vier is het ijzer. Aanwezig in witlof, vijgen, spinazie en broccoli. Zonder afdoende ijzer krijgt men bloedarmoede.

5) Het element Selenium tegen ouderdomsverschijnselen en als anti-oxidant: eet minimaal vier boterhammen per dag en af en toe wat paranoten die er vol mee zitten. Denk ook aan caroteen, in wortels aanwezig, wat goed is voor de ogen.

6) Vitamine D, aanwezig door zonlicht, echte boter en margarine. Met de kunstmatige vitamine D in margarine moet men echter oppassen omdat het lichaam daar anders op reageert dan op natuurlijke vitaminen. Men kan in geval van een overmaat last krijgen van kalkafzettingen door het hele lichaam en bovendien is uit onderzoek ook gebleken dat er een verband bestaat met het afweersysteem, zodat de kunstmatige vitamine D mogelijk bijdraagt tot ziekten die samenhangen met chronische ontstekingen zoals MS en artrose. In het algemeen moet men met kunstmatige vitaminen (vitaminepillen) oppassen omdat een teveel van sommige vitaminen een giftige werking kan hebben.

7) Een half bord groente per dag en drie stuks fruit, iedereen weet het, de helft vergeet het. Het is waar. Vitamine C en andere elementen houden lichaam en geest gezond. Een tekort geeft o.a. depressies en kan ziekten tot gevolg hebben. Op zee kreeg men vroeger b.v. scheurbuik door een tekort aan vitamine C.

8) Eet weinig of geen geraffineerde suiker. Suiker is slecht voor de tanden en het hele organisme en leidt tot vetzucht, hartkwalen, vaatziekten, en diabetes. Regelmatig een dag vasten, enkel sap en melk drinkend, eens in de veertien dagen, is bevorderlijk voor de gezondheid en verlengt de levensduur. Een natuurlijke regelmaat naar zon en maan geeft de best garantie om in de cultuur geconditioneerde slechte gewoonten te doorbreken. Het is goed voor het lichaam om af en toe biochemisch een vakantiedag te krijgen en de eigen vetvoorraden aan te spreken, het voorkomt overgewicht en geneest van vetzucht. Dit is in de genen voorgeprogrammeerd en dient slechts ingeschakeld te worden. Evolutionair is het normaal om af en toe een dag minder of helemaal niet te eten. Doet men dit regelmatig, dan stelt het lichaam zich in zijn biochemie daarop in en heeft men er minder of geen moeite meer mee en kan men het zelfs als een bevrijding ervaren.

9) Eet zoveel mogelijk natuurlijk, biodynamisch voedsel, de natuur is de beste apotheek. Een groot deel van alle ziekten komt voort uit slechte voedingsgewoonten. Chemische toevoegingen, kunstgrepen en gifstoffen belasten via het voedsel de gezondheid en kunnen uiteindelijk schade toebrengen en kanker veroorzaken.

10) Ouderen bewegen niet veel en maken van nature minder glucosamine aan, een stof nodig om het kraakbeen op te bouwen. Daardoor krijgen ze problemen met de gewrichten zoals arthrose. Glucosamine is een aminosuiker die tevens werkt als een hongerbestrijder. Ookal is het een stof die uit schaaldieren wordt gewonnen, is het toch ook voor vegetariërs aangeraden om bij weinig bewegen en ouderdom, om niet te zwaar te worden en geen arthrose te krijgen, glucosamine als voedingssupplement te gebruiken. Om van overgewicht en emotionele instabiliteit af te komen is ook de reeds besproken lijnzaadolie behulpzaam.

7 Economie

Vlees voedt weinigen ten koste van velen. Voor de productie van vlees wordt graan dat mensen hadden kunnen eten, aan slachtvee gevoerd. Volgens informatie van het Departement van Landbouw in de Verenigde Staten gaat meer dan 90% van al het geproduceerde graan als voer naar slachtvee - met name koeien, varkens, lammeren en kippen - dat uiteindelijk op tafel terechtkomt. 16) In Engeland is dat 85%. Maar is dat niet een ongelofelijke verspilling van graan? Cijfers van datzelfde Departement van Landbouw tonen aan dat we voor bijvoorbeeld zestien kilo graan dat aan koeien gevoerd wordt maar één kilo terugkrijgen in de vorm van vlees. 17) In Diet for a Small Planet vraagt F. More Lappé ons om ons even voor te stellen dat we achter een bord zitten met een half pond biefstuk erop. "Stelt u zich dan een kamer voor met 45 tot 50 mensen, ieder met een lege kom voor zich. De hoeveelheid graan die nodig is geweest om uw biefstuk te produceren had al deze kommen kunnen vullen 18)." Bovendien verspillen rijke landen niet alleen hun eigen granen om slachtvee te voeden; ze verspillen er ook eiwitrijk plantaardig voedsel uit arme landen voor. Een schatting is gemaakt dat een derde van de Afrikaanse pinda-oogst in de magen van koeien en kippen in West-Europa belandt 19).

Nederland speelt hierin ook een rol; voor de veevoedergrondstoffen die Nederland importeert wordt elders een miljoen hectare grond gebruikt. In onderontwikkelde landen consumeert iemand gemiddeld 200 kilo graan per jaar, waarvan hij het meeste ook als graan opeet. Daarentegen verteert de gemiddelde Europeaan of Amerikaan, zo'n 1000 kilo per jaar door er eerst bijna 90% van aan dieren te voeren om er vlees voor terug te krijgen. Daarmee verbruikt hij wel vijf keer zoveel van onze voedselbronnen als de gemiddelde Colombiaan, Indiër of Nigeriaan 20). Dit soort feiten hebben ertoe geleid dat voedingsdeskundigen het voedselprobleem in de wereld als kunstmatig beschouwen. Zelfs op dit moment produceren we al meer dan genoeg om iedereen op onze planeet te voeden, maar het probleem is dat we het zeer slecht verdelen of delen. Een voedingsdeskundige van Harvard, schat dat het terugbrengen van de vleesproductie met maar 10%, voldoende graan zou opleveren om 60 miljoen mensen te voeden 21).

Een andere prijs die we moeten betalen voor het eten van vlees is de achteruitgang van ons milieu. Het zwaar vervuilde afvalwater van slachthuizen en fokkerijen vormt een zeer belangrijke oorzaak van riviervervuiling. We komen er nu snel achter dat de watervoorraden van onze planeet niet alleen vervuild worden, maar ook uitgeput raken. De vleesindustrie is enorm verkwistend. De productie van slachtvee veroorzaakt tien keer zo veel vervuiling als woongebieden en drie keer zo veel als industrie. In hun boek Population, Resources and Environment 23) laten Paul en Anne Ehrlich ons zien dat er maar zestig liter water nodig is om een kilo graan te produceren, terwijl er voor de productie van een kilo vlees maar liefst 2400 tot 6000 liter water nodig is 22).

In 1984 kwam er in Nederland een nieuw en nauwelijks te overzien milieuprobleem aan het licht toen het CBS de cijfers publiceerde van het mestoverschot dat de bio-industrie met zich meebrengt. Gezamenlijk leveren de veehouderijen jaarlijks maar liefst 86 miljoen ton mest op. Als gevolg daarvan ontstaan er overal waar de bio-industrie sterk geconcentreerd is enorme mestoverschotten. Hoewel het verboden is, wordt een belangrijk deel van die mest op het oppervlaktewater geloosd. Daarnaast komen er door overbemesting van akker en grasland allerlei schadelijke stoffen in de bodem en het grondwater terecht, zoals fosfaten, nitraten en zware metalen. In Nederland wordt er jaarlijks zo'n 900.000 kilo koper in de vorm van het giftige kopersulfaat aan het voedsel van varkens toegevoegd om de groei van deze dieren te bevorderen. Een groot deel daarvan komt via de mest in de grond en het water terecht. Niet zo lang geleden is gebleken dat de bio-industrie ook een schrikbarende bijdrage levert aan het veelomvattende probleem van zure regen. Zo heeft men geconstateerd dat de ammoniak die vrijkomt uit mest voor een groot gedeelte in de lucht vervluchtigt en oplost in regendruppels. Eenmaal op de bodem neergeslagen wordt de ammoniak omgezet in salpeterzuur, waardoor de bodem en het grondwater sterk vervuilen. Een recente berekening liet zien dat ongeveer 80% van de totale ammoniakuitstoot in Nederland afkomstig is van de bio-industrie. Van de totale verzuring in Nederland, neemt de ammoniakuitstoot 35% voor haar rekening. Bossterfte in Brabant en Limburg is hiervan een van de zichtbare gevolgen.

Laten we nu even van de wereldsituatie terugkeren naar onze eigen huishoudportemonnee. Uit een recente (2006) steekproef bij een supermarkt bleek dat kogelbiefstuk zo'n 17,50 euro per kilo kostte, terwijl de ingrediënten voor een voedzame vegetarische maaltijd minder dan 5 gulden per kilo kosten. Een bakje met 200 gram cottage cheese dat euro 1.19 kost, voorziet in 60% van de hoeveelheid eiwitten die u dagelijks nodig hebt. Een pond tofu kost 0,85 eurocent. Tofu is een uitstekende bron van proteïnen van hoge kwaliteit en bevat enkele B-vitaminen. Tofu en tahoe zijn twee benamingen voor hetzelfde product: een eiwitrijk alternatief voor vlees dat gemaakt wordt van sojabonen. Tofu is de Chinese naam, tahoe de Indonesische. Diëten die rijk zijn aan dierlijke eiwitten veroorzaken meer calciumverlies via de urine. Het vervangen van dierlijke eiwitten door soja-eiwitten (in combinatie met granen), kan helpen om calciumverlies van de beenderen te verhinderen. Als je vegetariër wordt, zou dat vele euro's per jaar schelen; dat betekent dan tienduizenden euro's over een heel leven. Het spaargeld van de Nederlandse consument zou oplopen tot miljarden euro's per jaar. Datzelfde gaat op voor consumenten over de gehele wereld. Als we dit allemaal in ogenschouw nemen, is het moeilijk in te zien hoe iemand het zich überhaupt kan veroorloven geen vegetariër te zijn.

8 Ethiek

Veel mensen beschouwen de ethische redenen om vegetariër te worden als de belangrijkste. Ethisch vegetarisch zijn begint met het besef dat andere wezens gevoel hebben en dat die gevoelens vergelijkbaar zijn met de onze. Dit inzicht stimuleert ons om ons persoonlijk bewustzijn zodanig te verruimen dat het ook het lijden van anderen gaat omvatten. In een verhandeling met de titel The Ethics of Vegetarianism uit het tijdschrift van de Noord-Amerikaanse Vereniging voor Vegetariërs wordt een beschrijving gegeven van de wreedheden tegenover dieren:

"Vandaag de dag voelen veel mensen zich gerustgesteld bij de gedachte dat dieren tegenwoordig op een 'humane' manier geslacht worden. Op deze manier trachten ze blijkbaar alle mogelijke humanitaire bezwaren tegen het eten van vlees van de tafel te vegen. Jammer genoeg is niets echter minder terecht." Het leven van slachtdieren is van begin tot einde onnatuurlijk en ellendig. Ze worden opgefokt met allerlei middelen om de groei te stimuleren, op wrede wijze en zonder verdoving gecastreerd en/of volgespoten met allerlei hormonen, en krijgen abnormale voeding die bedoeld is om ze vet te mesten of hun vlees blank te houden. Natuurlijk worden alle "overbodige lichaamsdelen", zoals staarten, hoektanden en snavelpunten, afgeknipt of afgebrand. Bij al deze handelingen wordt er niet het minste mededogen getoond. In de bio-industrie veranderen dieren in "eenheden voor vleesproductie". Het enige wat geldt is efficiëntie en winst. Of de dieren daardoor hun hele (korte) leven op elkaar gepakt in kooitjes met draadgaasbodem moeten doorbrengen (slachtkippen), of nauwelijks ruimte hebben om zelfs maar te gaan liggen (kistkalveren), of met kettingen aan een betonvloer geketend - na kunstmatig bevrucht te zijn en volgespoten met hormonen - in biggenmachines moeten veranderen, doet daarbij niet ter zake. Als men al deze wreedheden die het dier moet ondergaan "humaan" noemt, dan heeft dat woord wel een heel merkwaardige inhoud. Hoe dieren werkelijk geslacht worden is niet plezierig om te horen.

In slachthuizen spelen zich helse taferelen af. Krijsende dieren worden met elektrische schokken verdoofd, of met een penapparaat behandeld. Sommigen worden eerst aan een achterpoot omhoog gehesen en op transportbanden door de 'fabrieken des doods' gevoerd. Hoewel ze dan nog steeds in leven zijn, wordt hun keel doorgesneden en terwijl ze langzaam doodbloeden wordt het vlees van ze afgesneden. Ongetwijfeld zouden vele mensen vegetariër worden als ze een bezoek aan de bio-fabrieken en het slachthuis zouden brengen, of als ze zelf de dieren die ze aten moesten slachten.

Ook eeuwen geleden waren er al mensen die hun ogen niet sloten voor de ellende die met het afslachten van dieren gepaard gaat. Pythagoras, bekend vanwege zijn bijdrage aan de geometrie en wiskunde zei: "Beste medemensen, bezoedel uw lichaam toch niet met zondig voedsel. We hebben graan, appels die de takken onder hun gewicht doen buigen en druiven die opzwellen aan de wijnranken. Er zijn zoet smakende kruiden, en groenten die boven een vuur gekookt en zacht gemaakt kunnen worden. Ook melk en de naar tijm geurende honing wordt jullie niet onthouden. De aarde verschaft ons een overdaad aan onschuldig voedsel en schenkt jullie feestmaaltijden waar geen bloedvergieten en slachtingen aan te pas komen. Alleen beesten bevredigen hun honger met vlees, en nog niet eens alle beesten, want paarden, koeien en schapen leven van gras." In zijn verhandeling Over het Eten van Vlees schreef de Romeinse auteur Plutarchos: "Is het werkelijk nodig dat we ons afvragen wat voor redenen Pythagoras had om zich van vlees te onthouden? Ik vraag me eerder af welk ongelukkig toeval en welke geestesgesteldheid de eerste mens ertoe gebracht heeft het vlees van een dood schepsel naar zijn lippen te brengen en zijn mond te zetten aan geronnen bloed. En hoe het kwam dat hij zijn dis spreidde met muffe, dode lichamen en hij de naam voedsel gaf aan lichaamsdelen die kort daarvoor nog loeiden, brulden, bewogen en leefden? Het zijn zeker geen leeuwen of wolven die we uit zelfverdediging eten. Integendeel, we negeren deze dieren en slachten onschuldige, tamme wezens die geen tanden en angels hebben om ons kwaad mee te doen. Omwille van dat kleine beetje vlees beroven we ze van zon, van licht en van hun levensduur, waar ze door hun geboorte en bestaan recht op hebben." Vervolgens daagde Plutarchos de vleeseters uit met de volgende woorden: "Als jullie er zo van overtuigd zijn dat jullie door de natuur voorbestemd zijn om vlees te eten, doodt dan eerst zelf wat jullie willen eten. Doe het echter uitsluitend met eigen middelen en zonder de hulp van een slagersmes, knuppel of bijl." Ook de dichter Shelley was een overtuigd vegetariër. In zijn boek A Vindication of National Diet schreef hij: "Laat ieder die een voorstander is van dierlijk voedsel zichzelf dwingen een afdoend experiment uit te voeren om te kijken of hij daar inderdaad van nature voor bestemd is; laat hem, zoals Plutarchos aanbeveelt, een levend lam met zijn tanden aan stukken scheuren en zijn dorst lessen door zijn hoofd in de organen van het dier te drukken en het dampende bloed te drinken ... dan, en slechts dan alleen, is hij consequent." Volgens Leo Tolstoy is het door het doden van dieren voor voedsel dat "de mens in zichzelf, zonder noodzaak, de hoogste geestelijke capaciteit onderdrukt, namelijk die van mededogen en genegenheid voor levende wezens als hijzelf. En door zijn eigen gevoelens geweld aan te doen, wordt hij wreed." Ook waarschuwde hij ons: "Hoe kunnen we een ideale situatie verwachten op aarde, zolang onze lichamen de wandelende graven van vermoorde dieren zijn?"

Wanneer we het respect voor het leven van dieren verliezen, zullen we ook het respect voor het leven van mensen verliezen. Pythagoras zei 2500 jaar geleden: "Zij die dieren vermoorden om hun vlees te eten, hebben eveneens de neiging hun eigen ras te vermoorden." We zijn bang voor de geweren, bommen en raketten van de vijand, maar kunnen we onze ogen dan wel sluiten voor het leed en de angst die we zelf veroorzaken door het slachten van meer dan 1.6 miljard tamme zoogdieren en 11.9 miljard stuks pluimvee voor menselijke consumptie 24)? De hoeveelheid vis die jaarlijks gedood wordt loopt in de triljoenen, om dan nog maar te zwijgen van de tientallen miljoenen dieren die jaarlijks hun einde vinden in de geautomatiseerde martelkamers van de medische en cosmetische research-laboratoria, of die afgeslacht of doodgeknuppeld worden voor hun vacht of huid, of waar gewoon voor de sport op gejaagd wordt. Kunnen we dan het feit ontkennen dat deze gewelddadigheden ook ons meer gewelddadig maken en onze gevoelens van mededogen volledig afstompen? Leonardo da Vinci schreef: "De mens is werkelijk de koning der beesten, want zijn wreedheid overtreft de hunne. Wij leven door de dood van anderen. We zijn levende begraafplaatsen!" Hij voegde eraan toe: "Er komt een tijd waarin de mensen de moord op dieren zullen veroordelen zoals nu de moord op mensen veroordeeld wordt." Mahatma Gandhi was ervan overtuigd dat ethische principes een sterkere basis waren om een levenslang vegetarisch dieet te volgen dan gezondheidsredenen. "Ik denk werkelijk" zei hij, "dat het voor onze geestelijke ontwikkeling noodzakelijk is dat we ermee ophouden onze medeschepselen te doden omwille van onze lichamelijke behoeften." Hij zei tevens: "De grootsheid en morele vooruitgang van een natie kunnen we beoordelen door te kijken naar de manier waarop de dieren er behandeld worden."

9 Vegetarisch zijn en de Wereldreligies

9.1 Christendom

Vegetarisch zijn is terug te vinden in de oorspronkelijke leer van alle wereldreligies. Door de tijd heen zijn vele van de geboden hierover echter door dubieuze persoonlijkheden verkeerd geïnterpreteerd, opzettelijk veranderd of gewoon verworpen. De oude leerstellingen of delen ervan werden aangepast, herschreven en soms zelfs gewoon verduisterd. Het Nieuwe Testament in de Bijbel is hier een goed voorbeeld van.

In Food for the Spirit (1987) van Steven Rosen (Satyaraja Dasa) vinden we daar het volgende over: "Vele geleerden hebben bevestigd dat priesters en politici de oorspronkelijke christelijke geschriften tijdens het Concilie van Nicea (325 na Christus) door middel van omissie en interpolatie volledig gewijzigd hebben om ze op die manier aanvaardbaar te maken voor Keizer Constantijn, die toentertijd zwaar tegen de geschriften gekant was 25). Het was hun doel Constantijn tot het Christendom te bekeren en deze religie zo de algemene geloofsovertuiging van het Romeinse Keizerrijk te maken." "De vroege christenvaders volgden een vleesloos dieet. De geschriften van de vroege Kerk vermelden dat vlees eten officieel niet was toegestaan tot aan de vierde eeuw, toen Keizer Constantijn besloot dat de christelijkheid in het vervolg vlees zou eten en werd het een officiële verklaring van het Heilige Romeinse Rijk. Vegetarische christenen moesten in het geheim hun vegetarische geloof belijden of anders riskeerden ze de dood als atheist (i.v.m. ketterij). Er wordt gezegd dat Constantijn opdracht zou hebben gegeven de christelijke vegetariërs gesmolten lood door hun kelen te hebben laten gieten als ze werden betrapt. En Aartsdeken Wilderforce schreef: "Sommigen zijn zich er niet van bewust dat de manuscripten van het Nieuwe Testament na het Concilie van Nicea aanzienlijk veranderd zijn. In zijn Introduction to the Textual Criticism of the Greek Testament vertelt professor Nestle ons dat de kerkelijke authoriteiten bepaalde geleerden, die 'correctores' genoemd werden, benoemden en ze feitelijk opdroegen de teksten van het geschrift te corrigeren ten gunste van wat als orthodox beschouwd werd 26)." In het voorwoord op zijn vertaling van The Gospel of the Holy Twelve geeft Dominee G.J.R. Ousley hier het volgende commentaar op: "Deze 'correctores' hadden als taak zo nauwkeurig mogelijk bepaalde leerstellingen van onze Heer uit de Evangeliën te verwijderen die ze niet van plan waren te volgen - namelijk die tegen het eten van vlees en drinken van sterke drank... 27)".

Steven Rosen: "Het Nieuwe Testament komt keer op keer naar voren met voorbeelden waarin Jezus om vlees vraagt die vleeseters graag als een bevestiging zien van hun eigen dietische voorkeur. Een nauwkeurige studie van het oorspronkelijke Grieks toont echter aan dat Jezus eigenlijk helemaal niet om vlees vroeg. Hoewel de vertalingen van de Evangeliën negentien keer 'vlees' vermelden 28), zou 'voedsel' een meer accurate vertaling zijn." Het Griekse woord voor vlees is kreas, en dit wordt nergens in verband met Jezus Christus gebruikt. In het Nieuwe Testament staat nergens een directe aanwijzing dat Jezus vlees gegeten heeft. Dit komt tevens overeen met de beroemde voorspelling van Jesaja over de verschijning van Jezus (Jesaja 7.14-15): "Daarom geeft de Heer Zelf u een teken: Zie, de maagd zal vrucht dragen en een zoon baren en zij zal hem noemen: Immanuel. Boter en honing zal hij eten, zodat hij weet het kwade te versmaden en het goede te verkiezen." Het was uiteindelijk Jezus zelf die in het Evangelie van Vrede verklaarde:
"En het vlees van geslachte dieren in zijn lichaam zal zijn graf worden. Want ik zal u naar waarheid verkondigen: wie doodt, doodt zichzelf, en wie het vlees van geslachte dieren eet, eet het lichaam van de dood." Ook zei Jezus: "Als jullie niet vasten met betrekking tot de wereld, zullen jullie het koninkrijk niet vinden: Als jullie de sabbat niet vieren als sabbat, zullen jullie de Vader niet zien." Of Jezus tijdens het laatste avondmaal van het paaslam heeft gegeten vormt in dit verband voor velen een groot probleem. In zijn boek Why Kill for Food? legt de Engelse geschiedkundige Geoffrey Rudd echter uit dat de Pascha, het Joodse Paasfeest, op de dag van de sabbath plaatsvond, na de kruisiging van Jezus. Dit wordt volledig ondersteund door het onderzoek van Dominee V.A. Holmes-Gore
29). Ook in het Oude Testament wordt de vegetarische levenswijze als ideaal gezien. In Genesis (1.29) zegt God Zelf: "Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de hele aarde met alle bomen die zaadvruchten dragen, die zullen u tot voedsel dienen." Een uitspraak die duidelijk wijst op een vegetarisch dieet. Het Oude Testament (Exodus 20.13) gebiedt eveneens: "Gij zult niet doden." Deze welbekende uitspraak wordt van oudsher verkeerd geïnterpreteerd, als zou het uitsluitend betrekking hebben op moord. De oorspronkelijke Hebreeuwse tekst luidt echter lo tirtzach. In The Complete Hebrew English Dictionary van Reuben Alcalay wordt vermeldt dat met het woord tirtzach, vooral in het klassiek Hebreeuws, "elke vorm van doden" bedoeld wordt en niet noodzakelijkerwijs alleen maar het doden van een mens. Jammer genoeg is dit soort informatie (nog) niet algemeen bekend.

Er zijn natuurlijk ook passages in de Bijbel te vinden waarin God de mensen toestemming gaf vlees te eten, zoals bijvoorbeeld in het geval van Noach en tijdens de Exodus. Maar deze gevallen waren bijna altijd uitzonderingen en moeten niet uit hun context gehaald worden om het eten van vlees vanuit een religieus standpunt te rechtvaardigen. Na de zondvloed bevond Noach zich in een crisissituatie. Omdat vrijwel alle vegetatie vernietigd was gaf God Noach een consessie, niet een gebod, om vlees te eten (Genesis 9.3). In Food for the Spirit zegt Steven Rosen: "Men dient in dit geval wel te onthouden dat het ideale dieet, waarvan God zei dat het 'zeer goed' was, eerder gegeven was [Genesis 1.29-31]. Die uitdrukking 'zeer goed' werd nooit gebruikt in verband met enig vleesbevattend dieet. Het is zelfs zo dat God ons er in het volgende vers [Genesis 9.4] opnieuw aan herinnert dat we ideaal gezien geen vlees zouden moeten eten, en het daaropvolgende vers stelt duidelijk dat degenen die dieren doden op hun beurt zelf gedood zullen worden door diezelfde dieren (zie Quotes uit de Krishna Bijbel). Sommige geleerden hebben ontdekt dat het exacte Griekse woord dat gebruikt werd toen Noach toegestaan werd elk bewegend wezen te eten herpeton is 30), wat letterlijk "reptiel" betekent."

Tijdens de uitvaart uit Egypte schonk de Heer het volk van Israël manna, een wondervoedsel dat elke smaak kon aannemen die men maar wenste. Het volk van Israël wilde echter liever vlees hebben. God gaf ze dit vlees in de vorm van kwartels en zei ze het een hele maand te eten "tot het jullie neusgaten uitkomt en jullie er misselijk van worden (Numeri 11.20)." Maar: "Nog voordat ze hun tanden in het vlees konden zetten, nog voordat het gekauwd was, trof de woede van de Heer ze en sloeg Hij ze met de pest (Numeri 11.33)." Zo zijn er vele verwijzingen te vinden in het Oude Testament die het eten van vlees veroordelen en duidelijk de voorkeur tonen voor een vegetarisch dieet 31).

En Jezus zei tegen Thomas: Wee jullie die leven in dwaling en niet opzien naar het licht van de zon, dat oordeelt over het Al, en neerblikt op het Al, dat zich zal keren tegen al jullie daden, en haar vijanden in slavernij zal voeren. En jullie nemen ook de maan niet waar, zoals ze bij nacht en dag op jullie afgeslachte lichamen neerschijnt, Nag Hammadi, Het Boek van Thomas de Kempvechter 2.7: 144 Nag Hammadigeschriften.

Appollonius van Tyana, een groot Meester, die leefde in Griekenland kort voor Jezus' tijd, werd gevraagd hoe hij in staat was wonderen te doen. Zijn eenvoudige antwoord was: "Ik heb nooit het vlees van dieren gegeten". Natuurlijk bedoelde hij niet dat het afzien van het eten van vlees alleen hem in staat stelde wonderen te verrichten--anders zouden alle planteneters en mensen van nature wonderen kunnen verrichten. Hij bedoelde dat de goede conditie waarin zijn lichaam en geest verkeerden resulterende uit het feit dat hij een strikte vegetariër was en dat dat hem in staat stelde zich met succes bezig te houden met de innerlijke disciplines die nodig zijn voor spirituele verlichting; disciplines die hij had geleerd van de yogi's in India.

What he meant was that the condition of his mind and body, resulting from being a strict vegetarian, had enabled him to successfully engage in the inner disciplines required for spiritual enlightenment&endash;disciplines he had learned from the yogis of India.

9.2 Islam

In Thus Spoke Mohammed, de vertaling van de Hadith door Dr. M. Hafiz Syed, vragen de discipelen van Mohammed hem: "Worden we beloond als we zelfs viervoeters goed behandelen en ze water te drinken geven?" Mohammed antwoordde: "Er zijn beloningen voor het goed behandelen van elk dier." Met name de Sufi-traditie van de Islam laat duidelijk de voorkeur zien voor een vegetarisch dieet. De beroemde heilige Mir Dad heeft gezegd dat: "Iedereen die vlees van een ander levend wezen eet, daarvoor zal moeten betalen met zijn eigen vlees." In zijn boek Islamic Concern for Animals gaat AI-Hafiz B.A. Masri in op de wreedheden tegen dieren in naam van religie. Met citaten uit de Koran en het onderricht van de profeet Mohammed maakt hij duidelijk dat alle vormen van mishandeling van dieren zonden zijn. Volgens zijn onderzoekingen is het in de Islam zelfs verboden bomen om te hakken.

9.3 Boeddhisme

Boeddha stelde het principe van ahimsa, geweldloosheid (mededogen), en het vegetarisch zijn in als de twee fundamentele stappen op weg naar zelfverwerkelijking. In de Dhammapada zegt hij: "Laat de discipel zich onthouden van het eten van vlees, om gruwelen tegenover levende wezens te vermijden ... het voedsel voor de wijzen is dat wat gegeten wordt door de sâdhu's [heiligen]; en dat is geen vlees. In de toekomst zullen er dwaze mensen zijn die beweren dat ik het eten van vlees toestond en er zelf ook aan deelnam, 'maar ... ik heb niemand toegestaan vlees te eten, ik sta niemand toe vlees te eten en zal niemand toestaan vlees te eten, in welke vorm dan ook, op welke manier dan ook en waar dan ook; het is iedereen onvoorwaardelijk verboden. " Dat Boeddha gestorven zou zijn aan het eten van bedorven varkensvlees is dus een groot misverstand. Het Pali-woord dat in dit verband vaak vertaald wordt als "varkensvlees", is sûkara-madava. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat het Pali-woord voor "varkensvlees" sûkara-mûmsa is, en dat met sûkara-madava, wat "de vreugde van een varken" betekent, verwezen wordt naar de truffel. Vandaag de dag geven vele boeddhistische geleerden toe dat de theorie dat Boeddha als zijn laatste voedsel varkensvlees gegeten zou hebben een slordige veronderstelling is zonder ook maar het geringste wetenschappelijk bewijs.

In de latere Pali geschriften (palmboomblad-geschriften, de heilige taal van Boeddhisten) werd ahimsa ook gepromoot, verklarende dat geweldloosheid gepaard moet gaan met kameraadschap (mettacitta), vrij zijn van woede (avera), en afkeer van kwaadwilligheid (abyapajja). Ahimsa vereist verder dat men geen woorden uitspreekt die enerzijds hardvochtig, kwetsend of beledigend zijn (na abhisajjana). Deze definitie omvat de subtiele alsook de openlijke vormen van geweldloosheid.

 9.4 De Vedische Geschriften

De vedische geschriften van India, die veel ouder zijn dan het Boeddhisme, leggen eveneens de nadruk op geweldloosheid (mededogen) als de ethische basis voor vegetarisch zijn 32). De Manusmriti (5.49) waarschuwt ons: "De oorsprong van vlees en de wreedheid van het vetmesten en slachten van belichaamde wezens in ogenschouw genomen, dient de mens zich volkomen van het eten van vlees te onthouden." En de bestuurlijke macht diende erop toe te zien dat dit nutteloze geweld zich niet zou verspreiden: "O koning, als iemand niet af te houden is van het eten van mensenvlees, het vlees van een paard of een ander dier, en anderen van hun melk berooft door koeien te slachten, dient u niet te aarzelen zo'n maniak te onthoofden." (Rig-veda 10.87.16) Alle levende wezens zijn een ziel, opgesloten in een lichaam. In de Bhagavad-gîtâ beschrijft Heer Krishna de ziel als de bron van het bewustzijn en als het werkzame beginsel dat het lichaam van ieder levend wezen in beweging brengt. Volgens de Veda's evolueert de ziel van een levensvorm die lager is dan die van de mens automatisch naar de daaropvolgende hogere levensvorm. Alleen in de menselijke levensvorm kan iemand zijn bewustzijn op God richten en op het moment van de dood terugkeren naar de geestelijke wereld.

In zijn betekenisverklaring bij het S'rîmad Bhâgavatam (SB 5.10: 2) 'Toen hij hiermee bezig was liep de tweemaal geboren zoon, voortdurend drie stappen voor zich uit kijkend [om niet op mieren te trappen], steeds uit de pas met de anderen en schudde daardoor de draagstoel heen en weer. Rahûgana, die dit in de gaten kreeg zei tot de mannen die hem droegen: 'O dragers, loop alsjeblieft in de pas! Waarom wordt deze draagstoel zo ongelijkmatig gedragen?' zegt S'rîla Prabhupâda: "Alle levende wezens moeten een bepaalde tijd in een bepaald materieel lichaam gevangen zitten. Ze moeten de tijdsduur die ze toebedeeld is in dat lichaam uitzitten voor ze naar een ander lichaam kunnen evolueren. Als een dier of ander levend wezen gedood wordt, wordt hij eenvoudigweg belet om de tijd die hij in een bepaald lichaam moet doorbrengen te voltooien. Daarom moeten we geen dieren doden om onze zintuigen te bevredigen, want daarmee begaan we een zonde." Kort samengevat: als een dier gedood wordt, wordt zijn evolutie door de verschillende levensvormen gestagneerd en degene die het gedood heeft zal ongetwijfeld de reactie voor zijn zondige gedrag krijgen.

Maar slaat dit dan alleen maar op degene die het dier slacht? Volgens de Mahâbhârata (Anu parva 115.47) (epos dat de geschiedenis verhaalt van Bharata varsha, het rijk van India dat tot vijfduizend jaar geleden de wereld beheerste. Het behandelt m.n. de strijd van de edelen der vedische cultuur ten tijde van Krishna waaruit de Gîtâ is genomen) is het antwoord daarop "nee": "Ook degene die het vlees koopt maakt zich schuldig aan himsa [geweld] door zijn rijkdom; degene die het vlees eet doet dat door te genieten van de smaak; degene die het dier doodt maakt zich schuldig aan himsa door het dier daadwerkelijk vast te binden en af te slachten. Dit zijn dus drie vormen van doden. Degene die vlees wegbrengt of het laat halen, degene die de ledematen van dieren afsnijdt en degene die vlees koopt, verkoopt, of kookt en eet - al deze personen dienen als vleeseters beschouwd te worden." In de Bhagavad-gîtâ (BG 5.18) legt Heer Krishna uit dat geestelijke volmaaktheid begint als men kan zien dat alle levende wezens gelijk zijn. "In een volledig geschoolde zachtgeaarde brahmaan, in een koe, in een olifant en zeker ook in een uitgestotene, zien zij die wijs zijn, [de ziel] met een gelijke blik." Verder onderwijst Hij ons hoe we de principes van geestelijk vegetarisch zijn kunnen toepassen als Hij zegt: "Wie Mij ook een blad, een bloem, een vrucht en water met toewijding aanbiedt, dat offer vanuit het hart door een ziel van goede gewoonten gebracht aanvaardt Ik." (BG 9.26)

10 Citaten

10.1 Quotes uit de Krishna Bijbel (S'rîmad Bhâgavatam of Bhâgavata Purâna)

SB 1.5: 15 - U hebt voor de zaak van de religie de mensen geïnstrueerd in verband met hun natuurlijke geneigdheden [om dieren te doden voor hun voedsel b.v.], hetgeen in feite afkeurenswaardig en nogal onredelijk is. De mensen gericht op een dergelijke leidraad zullen niet denken aan de verbodsbepalingen.

SB 1.17: 38-42 - Sûta zei: "Aldus verzocht, verleende hij toen Kali de toestemming te verblijven in plaatsen waar de vier zondige activiteiten van het gokken, drinken, de prostitutie en het slachten van dieren [dyûtam, pânam, striyah, sûnâ] plaatsvonden. (39) Daarnaast kende de meester, op zijn aandringen, hem de plaats toe waar het goud is, daar goud middels de hartstocht de vijfde zonde is door de valsheid, bedwelming, lust en vijandigheid die het met zich meebrengt. (40) Aldus werden op aanwijzing van de zoon van Uttarâ de vijf verblijfplaatsen aan Kali toegewezen waar inderdaad de goddeloosheid wordt aangemoedigd. (41) Derhalve dient een persoon die uit is op zijn welzijn nimmer zijn toevlucht te nemen tot welke van deze plaatsen ook, in het bijzonder niet zij die zich bevinden op het pad der bevrijding, de adel, de dienaren van de staat en de leraren. (42) Door het aanmoedigen van activiteiten ter verbetering van de drie verloren poten van versobering, reinheid en mededogen van de stier, werd [door koning Parîkchit] de aarde volmaakt in ere hersteld.

SB 4.22: 24 - Met geweldloosheid [als een vegetariër], volgend in de voetsporen van de leraren van het voorbeeld, door zich de Heer der Bevrijding te herinneren, door te getuigen van Zijn handelingen, door de nectar van het volgen van de principes zonder een materieel motief [yama] en door het naar voorschrift praktisch uitvoeren [niyama] zal men zo zijn, zonder overtredingen, een eenvoudig leven levend in het verdragen van de dualiteit.

SB 4.25: 7-8 - Nârada zei: 'Wacht eens even, o Heerser der Burgers, o Koning, mag ik u attenderen op het totaal van al de duizenden van dieren die u genadeloos hebt gedood in de offerplechtigheden? (8) Ze staan allen, indachtig het leed dat u hen hebt aangedaan, kokend van woede op u te wachten om u met ijzeren hoornen te doorboren nadat u bent gestorven. (9) Daartoe wil ik u het zeer oude verhaal vertellen van Purañjana ['hij die uit is op de stad die het lichaam is'; probeer enkel dit karakter te doorgronden terwijl ik erover spreek.

SB 4.26: 8 - Zich naar het woud begevend kan een koning, gedreven door hebzucht, zoals dat is geregeld, in overeenstemming met de aanwijzingen van de Veda's, zoveel dieren doden als maar nodig is voor de offerplechtigheden in de heilige plaatsen en niet meer dan dat.

SB 4.27: 11 - Hij, zo vol van verlangens, hield net als u offerplechtigheden uit respect voor de voorvaderen, de goden en de groten der samenleving; en ze waren allemaal even weerzinwekkend geïnspireerd als ze waren door het doden van arme dieren.

SB 6.1: 11-12 - De zoon van Vyâsa zei: 'Met het teniet doen van karma wordt inderdaad, door het ontbreken van de nodige kennis, niet haar einde gerealiseerd; wil men er waarlijk mee hebben afgedaan dan moet men er echt genoeg van hebben. (12) Zij die het juiste voedsel eten worden inderdaad werkelijk niet geplaagd door allerhande ziekten, zo ook heeft hij die handelt met een ordentelijk in acht nemen o Koning, een toenemende kans op welbevinden.

SB 7.15: Nârada's Instructies over Vegetarisch Delen, Goddeloosheid, Genezen, Yoga en Advaita

SB 7.15: 7-8 - Nimmer moet men vlees offeren [noch vis en eieren] met de ceremoniën van geloof, noch behoort degene die weet heeft van het dharma [de bestuurder] er persoonlijk van te eten; met het voedsel voor de geheiligden behoort er de hoogste voldoening te zijn met degenen die aanbeden worden en die zelf niet ten gunste zijn van nodeloos geweld jegens dieren. (8) Door rechtgeaarde personen gericht op dat wat het ware is behoort dat verlangen te worden opgegeven dat andere levende wezens moeilijkheden bezorgt; er is geen religie meer verheven dan zo te zijn in je woorden, geest en lichaam.'

SB 9.6: 6-11 Hij, koning Ikshvâku, gaf zijn zoon eens tijdens een ashtakâ-s'râddha [offers aan de voorvaderen gebracht in Januari, Februari en Maart] de opdracht: 'Breng me zuiver vlees [van de jacht] o Vikukshi, en ga er nu meteen op uit, zonder te dralen'. (7) Aldus ging hij daartoe naar het bos om dieren te doden die geschikt waren voor de offerandes, maar toen hij vermoeid en hongerig was at de held vergeetachtig [zonder zich te realiseren dat het vlees bestemd was voor het offer] een konijn [zie voetnoot *] (8) Wat er over was bood hij zijn vader aan die op zijn beurt hun goeroe [Vasishthha] vroeg het te zuiveren en die gaf ten antwoord: 'Dit alles is bezoedeld en voor gebruik ongeschikt.' (9) Door de geestelijk leraar verwittigd wist de heerser wat zijn zoon had gedaan en zodoende verdreef hij, er kwaad over dat hij de vidhi had geschonden, zijn zoon uit het land. (10) Hij, er feitelijk met de geleerde als zijn leermeester in discussies toe aangezet, gaf daarmee in overeenstemming, als een yogî zijn voertuig van de tijd op en bereikte zo de allerhoogste positie. (11) Op de troonsafstand van zijn vader keerde Vikukshi terug om te heersen over deze planeet de aarde, met verschillende yajña's de Heer aanbiddend, en stond alzo bekend als S'as'âda ['de konijnen-eter'].

SB. 9.21: De Dynastie van Bharata: het Verhaal van Rantideva.

SB 10.1: 4 - Het aanhoren [middels de paramparâ] van de aangename klanken van de verheerlijking van de Heer Geprezen in de Geschriften is het juiste medicijn waarmee de geest wordt verlost van de materiële ziekte van zijn verlangens; een persoon, tenzij hij een doder van dieren is, kan door dergelijke beschrijvingen, aangehoord of gezongen, zichzelf verre houden [van de valsheid, zichzelf beheersen, zie ook B.G. 2:44].

SB 11.5: 11 - Het verslingerd zijn aan de sex en het consumeren van vlees en alcohol dat inderdaad steeds wordt aangetroffen in het geconditioneerde levende wezen wordt waarlijk door geen schriftuurlijk gebod ondersteund; wat in dezen is voorgeschreven voor [respectievelijk] het huwelijk, de offerplechtigheid en het ritueel gebruik van wijn, is er voor het doel daar een einde aan te maken [zie ook SB 1.17: 38-42].

10.2 Bhagavân S'rî Sathya Sai Baba

Sai Baba verklaart dat door het eten van vlees men gewelddadige neigingen en dierlijke ziekten ontwikkelt. Hij predikt de basis-principes van geweldloosheid (mededogen): Sathya - Waarheid; Prema - Liefde; Dharma - rechtgeaarde plichtsbetrachting en/of eeuwige waarden; Ahimsâ - geweldloosheid (mededogen); dat je niet moet doden, dus een vegetariër moet zijn; Shanthi - vrede. Vanaf klein kind meed Sai Baba de plaatsen waar dieren werden geslacht en waar hij kon redde hij ze van mishandeling en slachtplaats (zie Sathyam Sivam Sundaram.)

"Sai Baba heeft nooit vlees of vis gegeten. God heeft de dieren niet geschapen om ze te laten doden door de mensen. Als kind vermeed hij altijd de plaatsen in het dorp waar varkens, schapen en kippen werden geslacht of waar vis werd gevangen. En hij hield zich ook altijd verre van keukens waar vlees werd gebraden. Wanneer hij hoorde dat zijn vader of een van de buren een kip greep om te slachten, dan ging hij erheen en nam het dier in zijn armen. Meestal werd het dier daarna toch wel geslacht, maar men voelde zich dan wat ongemakkelijk. Liefde voor dieren, ja, daar konden de dorpelingen wel begrip voor opbrengen, maar niet als het om hun maaltijd ging. Lichamelijke verlangens gingen bij de meeste mensen vóór alles. Zijn houding had wel tot gevolg dat zijn vriendjes ook bezwaar gingen maken tegen het slachten van dieren en dat de mensen uit de omgeving zijn handelen met aandacht gingen volgen. Sommigen noemden hem toen reeds Brahmajñâni, een kenner van God. Wanneer zijn ouders vlees wilden eten en verlangden dat hij dat ook zou doen, ging Sathya naar het huis van de familie Karnam. Zij waren immers brahmanen en uit dien hoofde waren zij vegetariër en hij at dan mee van het voedsel dat Subbamma bereidde. Later, toen hij een jaar of zes was en zijn grootvader Kondama alleen woonde in een huisje naast dat van Sathya's ouders - zijn vrouw was inmiddels overleden - ging Sathya geregeld vegetarisch koken voor hen beiden. Zij discussieerden dan vaak uitvoerig over allerlei religieuze onderwerpen en het verbaasde de grootvader niet, dat zijn kleinzoon kennelijk zeer goed thuis was in de heilige geschriften. - Citaat uit: Mijn Naam is Waarheid, door Wim G.J. van Dijk - ISBN 90-72308-36-0."

"Als je een dier doodt,' antwoordde Baba, 'veroorzaak je lijden. God is in ieder schepsel; hoe kun je dan die pijn veroorzaken? Het een sport noemen om een dier in de bossen, zijn eigen woonplaats, op te sporen, is niets minder dan barbaarsheid.' .... Baba legde hem uit dat je je een zeer zwaar karma op de hals haalt wanneer je dieren doodt. Dieren zijn niet gekomen om als voedsel te dienen voor mensen. Zij zijn gekomen om hun eigen leven in de wereld uit te werken. Zodra je beseft dat alles God is en dat je lijden veroorzaakt wanneer je een dier doodt, zal je verlangen naar het jagen op dieren en het eten van vlees vanzelf verdwijnen. - Citaat uit: Mijn Naam is Waarheid, door Wim G.J. van Dijk - ISBN 90-72308-36-0."

"De herten, de olifant, de koe, het paard, zij leven van satvisch (zuiver, rein, goedheid) voedsel en gedragen zich op eenzelfde manier. Dus, daarom worden ze gerespecteerd en zelfs aanbeden door de mens. Tijgers, beren, hyena's en andere wilde dieren worden gevreesd door de mens en teruggedrongen naar de uithoeken van bossen en wouden. Het bevreemdende hiervan is dat het wilde, de wreedheid en de angst-bezorgende attributen van deze dieren ook worden ontwikkeld en tentoongesteld door de mens zelf! De mens denkt trots van zichzelf dat hij de kroon van deze schepping is; Hij verklaart dat hij een vonk van het goddelijke in zich heeft. Maar hij negeert of onderdrukt die vonk en heeft er plezier in de kwaliteiten van die wilde, wrede en gewelddadige dieren van de jungle tentoon te spreiden - Sathya Sai Baba." [zie ook: The World Conference of Animals uit: Chinnakatha].

"Je kan beroemd zijn om je geleerdheid en fortuin. Maar de bij kan je de les leren om vrij te zijn van lijden. De boom kan je geduld en tolerantie leren. Hij geeft een ieder schaduw, of je nu een man of een vrouw bent, welke religie, nationaliteit of status je ook hebt. De boom is van dienst met vruchten en schaduw, ook de idioot die met zijn bijl de boom wil omhakken! De hond leert je de les in geloof, dienstvaardigheid en het proces van toewijding - Sathya Sai Baba."

"Als je langer wenst te leven, om de maatschappij te dienen, om goddelijkheid langer te ervaren, houd dan je voeding in de gaten - Sathya Sai Baba."

"Als je langer wenst te leven, om de maatschappij te dienen, om goddelijkheid langer te ervaren, houd dan je voeding in de gaten - Sathya Sai Baba."

"Alleen delen kan verdriet verminderen en vreugde vermeerderen - Sathya Sai Baba."

"Waar liefde is daar is vrede, waar vrede is daar is juist gedrag, waar juist gedrag is daar is waarheid, waar waarheid is daar is God, waar God is daar